Gouda’s nieuwste woonwijk Westergouwe herbergt een schat aan prehistorische geschiedenis. Het college van burgemeester en wethouders gaat nu 2 vindplaatsen aanwijzen als gemeentelijk archeologisch monument. Het gaat om de locaties Stadswonen III en IJsseloogwal.
Bij de verdere ontwikkeling van Stadswonen III (ook bekend als Westergouwe-IV West) wordt het monument zorgvuldig ingepast met behulp van archeologisch vriendelijk bouwen en maatregelen om het gebied toegankelijk en beleefbaar te maken, onder meer in combinatie met groen, waterberging en speelvoorzieningen.
In IJsseloogwal is de prehistorische vindplaats al bewust ingepast in de huidige wijk. De vindplaats is onder een vijver geconserveerd. Via een VR‑paal (virtual reality) is het verhaal van deze bijzondere plek (een 7000 jaar oud jachtkamp) ook voor bewoners en bezoekers beleefbaar gemaakt.
“Gouda is niet alleen beroemd om zijn kaas, maar ook om zijn erfgoed, zowel bovengronds als ondergronds”, zegt wethouder Thierry van Vugt van onder meer Cultuur en Erfgoed. “Daarbij denken we al gauw aan de binnenstad. Hoe mooi is het dan dat Westergouwe zulke enorme schatten herbergt. Ik ben er trots op dat we deze unieke vensters op de prehistorie behouden voor de toekomst. Deze vondsten zijn zeldzaam in Nederland en vertellen over een belangrijk moment in de geschiedenis: het begin van het Neolithicum. In deze periode gingen mensen steeds meer op 1 plek wonen”.
Beide betrokken gebieden bevatten goed bewaarde archeologische resten. Bij IJsseloogwal gaat het om een vindplaats uit de steentijd (rond 5300-4900 voor Christus). Hier bevond zich destijds waarschijnlijk een tijdelijke kampplek van jagers/verzamelaars, mogelijk ook bezocht door de eerste boeren in het gebied. De vindplaats heeft een rijkdom aan materialen blootgelegd, waaronder werktuigen van vuursteen, botresten, houten paaltjes en zelfs aanwijzingen voor een mogelijk graf.
Samenhang tussen vondsten
De vindplaats biedt unieke inzichten in het prehistorische landschap van Gouda, dat toen bestond uit moerassen, riviertakken en hogere oeverwallen. Dankzij de samenhang tussen vondsten, landschap en datering is de vindplaats bovendien ook internationaal van wetenschappelijke waarde.
Bij Stadswonen III dateert de vindplaats van 5400-5200 voor Christus. Het gaat vermoedelijk om een tijdelijk (jacht)kamp van jagers/verzamelaars, gelegen op een oeverwal langs een oude geul. In de bodem zijn diverse archeologische resten aangetroffen, zoals bewerkt vuursteen, verbrande botten, visresten, hazelnootdoppen en houtskool. De goed bewaarde lagen maken ook deze vindplaats wetenschappelijk waardevol. Vergelijkbare vindplaatsen zijn in Nederland zeldzaam.