Gouda houdt vast aan 30 procent sociale huur ondanks hogere behoefte

15 September 2026, 15:50 uur
Lokaal
mainImage
Gemeente Gouda

Het college van burgemeester en wethouders van Gouda houdt vast aan het voornemen om 30 procent sociale huur op te nemen in het Volkshuisvestingsprogramma 2027-2031. Uit het meest recente woonbehoefteonderzoek blijkt dat in Gouda behoefte is aan ongeveer 35 procent sociale huur. Het college wil de lagere norm niet heroverwegen.

Dat schrijft het college in antwoorden op schriftelijke vragen van PRO over de verlaging van de norm voor sociale woningbouw. Volgens het woonbehoefteonderzoek bestaat naast de behoefte aan 35 procent sociale huur behoefte aan ongeveer 8 procent middenhuur en 17 procent betaalbare koop. Het college kiest desondanks voor een programmering van 30 procent sociale huur en 37 procent middenhuur en betaalbare koop. Daarmee wil Gouda voldoen aan de wettelijke eis van twee derde betaalbare woningbouw.

Een reden voor die keuze is dat het college vindt dat de huisvesting van huishoudens met een laag inkomen en andere kwetsbare groepen evenwichtiger over de regio moet worden verdeeld. "Gouda vervult hierin al jarenlang een belangrijke rol", aldus het college. Andere gemeenten in de regio zouden daarom een groter aandeel sociale huurwoningen moeten bouwen.

Ook speelt volgens het college mee dat woningcorporaties in Midden-Holland naar verwachting slechts ongeveer twee derde van de benodigde sociale woningbouw kunnen realiseren. Het college vindt het daarom niet realistisch om uit te gaan van een groter aandeel sociale huur als onvoldoende zekerheid bestaat dat die woningen daadwerkelijk gebouwd kunnen worden.

De voorgenomen verdeling botst wel met een andere landelijke norm. Omdat Gouda volgens de landelijke systematiek een bovengemiddeld aandeel sociale huurwoningen heeft, moet de gemeente op grond van de Wet versterking regie volkshuisvesting minimaal 40 procent middensegment programmeren. Gouda wil uitgaan van 37 procent en voor de afwijking van 3 procentpunt een ontheffing aanvragen bij de provincie Zuid-Holland.

Het college verwacht dat de provincie daarvoor openstaat. Daarbij wijst het onder meer op het woonbehoefteonderzoek, de bestaande hoeveelheid sociale huur in Gouda en de regionale woningbouwopgave. Gouda heeft een aandeel sociale huur van 28 procent, tegenover een landelijk gemiddelde van ongeveer 26 procent.

PRO vroeg ook naar de kosten van flexwoningen ten opzichte van permanente sociale huurwoningen. Het college kan daarvan geen algemene kostenvergelijking geven, omdat onder meer locatie, schaal, grondkosten, kwaliteit en exploitatieduur per project verschillen. Wel erkent het dat flexwoningen doorgaans een lagere initiële investering vragen en sneller kunnen worden gebouwd, maar bij een gebruiksduur van tien tot vijftien jaar per woning per jaar "aanzienlijk hoger" kunnen uitvallen dan permanente sociale woningbouw.

Permanente sociale woningbouw is duurder in aanleg, maar levert volgens het college over een langere periode de laagste maatschappelijke kosten per woning op. Toch ziet het college daarin geen reden om de norm van 30 procent sociale huur opnieuw te bekijken.

In het Volkshuisvestingsprogramma komt geen algemene kostenvergelijking tussen tijdelijke en permanente woningen. Wel wil het college nader ingaan op de rol van flexwonen. Flexwoningen kunnen volgens het gemeentebestuur vooral van waarde zijn op plekken waar permanente sociale woningbouw op korte termijn nog niet mogelijk is. "Daarbij blijft permanente sociale woningbouw de structurele oplossing voor de lange termijn."