Deksel op je neus

18 June 2026, 12:00 uur
Lokaal
mainImage

Daar moest ik vanmorgen aan denken toen ik een foto voorbij zag zien komen van de nieuwe beoogde wethouders van Gouda. Vier nieuwe, frisse wethouders en één blijver uit het oude college. Samen met de burgemeester gaan zij de komende jaren het stadsbestuur vormen.

Eigenlijk was deze wethoudersploeg al bekend op de donderdag na de verkiezingen, op 19 maart. Volgens velen waren de contouren daarvan zelfs al vóór de verkiezingen achter de schermen uitgetekend. Natuurlijk is het positief dat partijen en nieuwe wethouders bestuurlijke verantwoordelijkheid willen nemen. Bovendien gaat het om mensen met de nodige ervaring in de Goudse politiek.

Toch blijft het opmerkelijk dat vrijwel alle partijen die een wethouder leveren, bij de gemeenteraadsverkiezingen van maart 2026 zetels hebben verloren. Sommige partijen verloren zelfs twee zetels. Tegelijkertijd hebben juist de winnaars van de verkiezingen zichzelf grotendeels buitenspel gezet. Zo levert Leefbaar Gouda, ondanks vijf zetels en een verkiezingsoverwinning, geen wethouder. Ook JA21, dat vanuit het niets drie zetels behaalde, maakt geen deel uit van het stadsbestuur. Gouda Vitaal, dat juist een zetel won, kiest voor een gedoogrol.

Nog opvallender is dat PRO (PvdA/GroenLinks), met zeven zetels de grootste partij van Gouda, niet gaat meebesturen. Daarmee komt een einde aan een lange traditie. Sinds de Tweede Wereldoorlog maakte de PvdA vrijwel onafgebroken deel uit van het stadsbestuur van Gouda.

Toch is die ontwikkeling niet geheel verrassend. De voormalige coalitie van PvdA, GroenLinks, ChristenUnie, CDA en D66 heeft de afgelopen jaren regelmatig voorstellen doorgedrukt zonder voldoende draagvlak onder inwoners en oppositiepartijen. Veel inwoners voelden zich onvoldoende gehoord. Dat heeft zich vertaald in de verkiezingsuitslag. De kiezer heeft duidelijk een signaal afgegeven, het deksel op de neus van PvdA en GroenLinks dus.

Des te opmerkelijker is het dat partijen als D66 en ChristenUnie, die fors verloren, toch weer wethouders leveren. Dat roept de vraag op hoeveel er werkelijk verandert?

Wat hebben de gedoogpartijen binnengehaald?

De partijen achter het samenwerkingsakkoord – Leefbaar Gouda, D66, ChristenUnie, SGP, VVD, Gouda Positief en Gouda Vitaal – hebben afspraken gemaakt voor de komende jaren. Leefbaar Gouda en Gouda Vitaal ondersteunen deze afspraken als gedoogpartijen.

Je zou verwachten dat juist de belangrijkste verkiezingspunten van deze partijen stevig terugkomen in het akkoord. Maar wie het akkoord leest, ziet dat dit maar beperkt het geval is.

Neem het parkeerbeleid. Daar lag tijdens de verkiezingen veel nadruk op. In Korte Akkeren wordt het straatparkeren voor bezoekers de eerste drie uur fors goedkoper. Dat is winst voor bewoners en bezoekers. Maar het betaald parkeren blijft bestaan. Ook de parkeerapp blijft noodzakelijk, terwijl veel ouderen en minder digitaal vaardige inwoners daar juist problemen mee hebben.

Daarnaast komt er eind 2026 een evaluatie van het parkeerbeleid, gevolgd door een mogelijke herziening in 2027. Dat klinkt mooi, maar het is afwachten hoeveel er uiteindelijk daadwerkelijk verandert.

Participatie verdwijnt naar de achtergrond

Opvallend is dat het onderwerp  participatie.  Juist hierover maakten Leefbaar Gouda en Gouda Vitaal zich de afgelopen jaren regelmatig zorgen, en maakte een punt om dit beter geregeld te krijgen.

De vraag dringt zich op welke concessies deze partijen hebben gedaan om het akkoord mogelijk te maken?

Een andere koers in het sociaal domein

Voor inwoners die afhankelijk zijn van gemeentelijke ondersteuning lijken de veranderingen aanzienlijk.

De afspraken wijzen op een verschuiving van brede ondersteuning voor veel inwoners naar gerichte ondersteuning voor mensen met de grootste problemen. Dat klinkt logisch, maar roept ook vragen op.

Gouda kent al jarenlang een systeem van relatief brede minimaregelingen. Daardoor kunnen veel huishoudens met een bescheiden inkomen gebruikmaken van ondersteuning. Het nieuwe akkoord zet juist in op meer maatwerk en strengere selectie.

Dat betekent waarschijnlijk dat de inkomensgrenzen van sommige regelingen worden verlaagd. Waar veel regelingen nu toegankelijk zijn tot 130 procent van het sociaal minimum, wordt gesproken over een verlaging richting 120 procent.

Voor veel werkende armen, alleenstaande ouders en mensen met een klein pensioen kan dat grote gevolgen hebben. Zij verdienen vaak net te veel voor ondersteuning, maar te weinig om financiële tegenvallers eenvoudig op te vangen.

Daar komt bij dat maatwerk vaak meer beoordeling en controle vraagt en willekeur oproept. De gemeente wil tegelijkertijd de organisatie efficiënter maken en het aantal ambtenaren niet verder laten groeien. Hoe dat in de praktijk samen moet gaan, is nog onduidelijk.

Jeugdzorg blijft een zorgenkind

Over jeugdzorg bevat het akkoord opvallend weinig concrete afspraken. Dat is opmerkelijk, omdat juist de jeugdzorg al jaren een van de grootste financiële uitdagingen van gemeenten vormt.

Het akkoord spreekt wel over bezuinigingen en doelmatigheidsonderzoeken. Daarmee bestaat het risico dat ook de jeugdzorg onder financiële druk komt te staan.

Tegelijkertijd heeft de gemeente een wettelijke taak om noodzakelijke jeugdhulp te leveren. Grote bezuinigingen zijn daardoor niet eenvoudig door te voeren.

Wie terugkijkt naar de periode 2014-2018 herinnert zich nog de gedachte dat professionele hulp soms vervangen zou kunnen worden door lichtere vormen van ondersteuning, zoals deelname aan sportverenigingen of activiteiten in de wijk. Ook nu klinkt bij sommige toekomstige bestuurders weer de overtuiging dat preventie en sociale ondersteuning een deel van de zorgvraag kunnen opvangen.

Of dat voldoende is voor jongeren met complexe problemen, zal de komende jaren moeten blijken, ik zie het somber in.

Minder sociale huurwoningen

Ook woningzoekenden zullen de gevolgen van het akkoord merken.

Het aandeel sociale huur in nieuwbouwprojecten wordt vastgesteld op 30 procent. In eerdere plannen lag dat percentage hoger, namelijk 33 procent. Daar staat tegenover dat meer nadruk wordt gelegd op midden huur en betaalbare koopwoningen.

Dat klinkt aantrekkelijk voor starters en middeninkomens, maar de vraag is of dit in de praktijk haalbaar blijkt. De afgelopen jaren bestond een groot deel van de nieuwbouw in Gouda uit relatief dure woningen.

Voor mensen die wachten op een sociale huurwoning, vaak juist de kwetsbare betekent een lager percentage sociale huur in elk geval niet dat de wachtlijsten korter zullen worden.

Conclusie

Het nieuwe samenwerkingsakkoord presenteert zich als een nieuwe bestuursstijl waarin inwoners eerder worden betrokken bij besluiten. Dat is een ambitie die veel Gouwenaars zullen toejuichen. Het is echter of dit doel met een wethouderploeg van ‘oude politiek’ echt bereikt kan worden. Bovendien het Goudse samenwerkingsakkoord lijkt erg op het landelijke akkoord, we weten allemaal wat de toestand van het land op dit moment is. 

Tegelijkertijd laat het akkoord zien dat er keuzes worden gemaakt. Op het gebied van parkeren zijn de veranderingen beperkt. In het sociaal domein verschuift de aandacht van brede ondersteuning naar maatwerk. De jeugdzorg blijft financieel kwetsbaar en voor sociale huurders en woningzoekenden zijn de vooruitzichten niet direct gunstiger.

De grote vraag is daarom niet wat er in het akkoord staat, maar wat er de komende vier jaar daadwerkelijk van terechtkomt. Ik ga het nauwlettend volgen.

Hans van Dijk

Oud raadslid.