Column Marianne de Jong: Traantjes

28 November 2021, 10:00 uur
Lokaal , Columns
mainImage

Column Marianne de Jong |

Traantjes

Als ik mijn ogen open doe, heeft de piloot de landing naar Tenerife Sur al ingezet. Heel erg kort nachtje, maar dat heb ik wel over voor een zonnige vakantie, terwijl in Nederland het gure weer in aantocht is.

Mijn QR-codes laten mij vrijwel zonder oponthoud langs de douane en gezondheidscheck. Als de koffers op de band verschijnen, kan niets een zorgeloze trip nog in de weg staan.

O, hier kan ik niet met mijn bankpas in de bus betalen. Althans niet in alle bussen. Cash is mogelijk of je kunt een kaartje bij de automaat kopen. Dat is handig: aangezien ik mijn bus vlak voor mijn ogen zag vertrekken heb ik een half uurtje om dood te slaan. De ene automaat is de andere niet, maar na enig proberen en de hulp van een dame van de  vervoersmaatschappij lukt het toch om het weerbarstige ding een plastic kaartje te laten uitspugen. Kosten: 2 euro. Vreemd.

Dit blijkt pas het begin te zijn, want wat ik voor dat luttele bedrag heb gekocht, is een soort OV-chipkaart. Een blanco welteverstaan, want nu moet ik er nog een bedrag op zien te zetten. De volgende bus doemt al op als ook die actie met succes wordt afgerond. De koffers gaan in de buik van de bus en tegen de chauffeur zeg ik waar ik er uit wil. Dat geeft een veilig gevoel, dan zit ik in ieder geval niet in de verkeerde bus. Hij toetst iets in op zijn apparaat en nu moet ik mijn gloednieuwe pasje tegen een ander apparaat houden. Het ding piept van genoegen: gelukt! Ook de chauffeur steekt zijn duim op, een welkom gebaar.

Spanjaarden verstaan de kunst om je snel duidelijk te maken dat je welkom bent. Of juist niet, maar dat is mij gelukkig nog nooit overkomen. De bus stopt vlak bij het gebouw waar mijn appartement zit, maar daar mag ik pas over een paar uur in. Bepakt en bezakt ga ik richting mijn vaste restaurantje. De eigenaar staat alleen in de zaak.

De begroeting is hartelijk, oude bekenden die de weg naar Tenerife en zijn restaurant weer hebben gevonden. Aan beide zijden blinken er traantjes, maar we houden het droog. Een lekker glaasje in de zon dringt de ergste vermoeidheid van de nachtelijke reis een beetje naar de achtergrond. Zo meteen een bakje mossels in saus met een vers broodje er bij en ik kan er weer even tegen.

Tegen drie uur piepelt mijn telefoon; de instructies om de sleutels op te halen zijn binnen. Als de koffers zijn uitgepakt en de verse boodschappen in de koelkast zitten eerst even een korte wandeling. Eens kijken wat er over is van de bruisende vakantieplaats waar nu zo weinig toeristen vertoeven. Dat valt mee. Zodra er een bekende in zicht is, toch weer traantjes. Vergeleken bij mij hebben zij een verschrikkelijke tijd achter de rug.

De hardwerkende restaurateurs zijn soms hun bedrijf kwijt geraakt, of hebben al hun mensen moeten ontslaan en proberen met de hulp van familie hun hoofd boven water te houden.
Toch zijn de traantjes die steeds weer blinken geen traantjes van verdriet, maar van eerlijke, hartelijke begroeting. En van herinnering aan veel betere tijden die zo lang geleden lijken, maar in werkelijkheid nog geen twee jaar achter ons liggen. Alleen: ze liggen nog niet helemaal achter ons. Iedereen, obers, eigenaars en toeristen gelijk, volgen de cijfers van het aantal besmettingen van dag tot dag. Een stijgende lijn laat de vrees over extra maatregelen gelijk weer toeslaan.

Als je zo lang achter elkaar naar hetzelfde dorpje gaat, kom je vaak dezelfde mensen tegen. Door de countryzanger, die jaren achtereen ’s avonds de gasten van het restaurantje vermaakte, was zelfs een clubje bekenden uit een aantal landen ontstaan. Allen met dezelfde liefde voor Country-music en een beetje Rock & Roll. En dansliefhebbers natuurlijk.

Ook ik dans graag, maar omdat ik jaren in de band zat, lukt dat alleen als ik op vakantie ben. Maar dan dans ik ook elke avond, de hele avond.

Danste, moet ik zeggen, want dansen is er nu niet bij. Zelfs als een hotel of restaurant genoeg reserves heeft om een artiest in te huren, moet je blijven zitten. Mijn restaurantje blijft stil, op de gezellige muziek van de CD’s na. Het is niet anders, het eten smaakt er niet minder om.

Het duurt niet lang of de eerste oude bekenden melden zich aan mijn tafeltje. Nederlanders die hier, net als ik, al jaren komen. Inmiddels zijn ze hoog bejaard, alhoewel ze dat zelf totaal niet zo zien. Ze zijn nog kwiek en proberen fit te blijven. Vandaar dat ze hier in de winter weken achtereen zijn, dan kunnen ze lekker naar buiten in mooi weer. Goed voor je gezondheid. De boks, die de omhelzing vervangt, drukt onze blijdschap over het weerzien niet genoeg uit. Dat doen onze ogen wel, maar de traantjes blijven netjes binnen.

Ook de dag er na schuifelt een oude bekende, een Zweedse dame, het restaurant binnen, haar ogen gericht op onze jonge ober. Het feit dat ze alleen is, voorspelt weinig goeds. Dat blijkt temeer uit het feit dat ze hem zomaar in de armen valt en begint te snikken. Geen beste traantjes. Ineens ziet ze mij. Door haar tranen heen glimlacht ze. ‘Eindelijk’, zucht ze, ‘oude bekenden’. Ze pakt een stoel en schuift aan. Op anderhalve meter.

De vraag waar haar man is, hoeft niet gesteld te worden. ‘Ik ben Tommy verloren, vorig jaar, kanker, geen Covid’. Je zou bijna vergeten dat er ook zoveel andere ellendige dingen zijn waar je dood aan kunt gaan. Nu misschien nog eerder dan voor de crisis, zeker nu de druk op de ziekenhuizen weer zo enorm is. Het had niet lang geduurd, maar ze was niet bij hem geweest toen hij ging. In verband met Corona mocht ze maar 1 uur per week bij hem…

Mijn vakantie is pas een paar dagen oud, geen idee wat ik nog ga beleven. Hopelijk veel mooi weer, maar nu niet, nu regent het pijpenstelen.

Wel toepasselijk bij dit verhaal, traantjes zijn er in zoveel soorten en maten. Maar ze zijn altijd nat.

‘Traantjes’ is verschenen in het Gouds Dagblad als column en op de site van de schrijver: Marianne de Jong.

Reageren kan via: [email protected]

Ga voor nog meer leuke, korte verhalen naar: www.coronkels.nl