40 jaar bij het GHZ: De techniek verandert, aandacht voor mensen niet

1 September 2026, 16:28 uur
Lokaal
mainImage
GHZ

Veertig jaar werken in hetzelfde ziekenhuis, in dit geval het Groene Hart Ziekenhuis. Voor veel mensen klinkt dat bijzonder, maar voor sommigen voelt het vooral als een reis vol kansen, ontwikkeling en ontmoetingen.

Acht medewerkers startten in 1986 als leerling-verpleegkundige en zijn inmiddels doorgegroeid naar verschillende functies. In al die jaren zagen ze het vak, de organisatie en de zorg veranderen. Marleen, Govert-Jan, Conny en Carola vertellen over deze jaren.

Maar liefst veertig jaar geleden begonnen ze aan de opleiding tot verpleegkundige. "Er waren twee groepen leerlingen; een A- en B-groep. Eén groep begon in het Sint Jozef Ziekenhuis, de andere in het Bleuland Ziekenhuis. Maar in beide groepen zaten verpleegkundigen van zowel Bleuland als Jozef. Zo leerde je elkaar allemaal kennen”, vertelt Conny die inmiddels doorgegroeid is tot kwaliteitsfunctionaris.

Veel leerlingen woonden destijds in een van de twee zusterflats van het Bleuland: De Burght of de Kemenade, met daartussen een zwembad. Ook als je gediplomeerd was kon je daar blijven wonen, vooral als je van verder weg kwam. Ook Govert-Jan heeft daar negen jaar gewoond. “Dat maakte de opleiding bijzonder. Je leefde eigenlijk dag en nacht met elkaar. Je werkte samen, volgde lessen samen en woonde dus vaak ook nog in hetzelfde gebouw. Daardoor ontstonden hechte vriendengroepen.” Carola startte destijds als verpleegkundige en doet dat werk nog steeds met veel liefde. Daarnaast werkt ze nu ook als praktijkopleider. Er zijn veel dingen veranderd in de afgelopen veertig jaar, maar één ding is altijd hetzelfde gebleven. "Een patiënt heeft nog steeds behoefte aan iemand die luistert, die helpt en die naast hem staat. Het blijft heel mooi om iets te kunnen betekenen voor mensen op een belangrijk moment in hun leven.” De dankbaarheid van patiënten geeft veel voldoening in het werk wat ze doen. Conny vult aan: "Een monitor kan iedereen bedienen, maar echte verpleegkundige zorg zit in aandacht voor de patiënt en de familie."

Een belangrijke ontwikkeling is de groei van medische kennis en techniek. Door nieuwe behandelingen, betere apparatuur en meer onderzoek kunnen patiënten steeds beter geholpen worden. Ook de samenwerking binnen de zorg is veranderd. “Vroeger stond de arts meer boven de verpleegkundige. Nu werken we veel gelijkwaardiger samen. Iedereen heeft zijn eigen expertise. We hebben elkaar nodig.”

Tussen het harde werken door, was er ook zeker tijd voor een grapje. "In de nachtdienst maakten we soms een nep-patiënt van een pop om collega's of artsen in de maling te nemen.” Eigenlijk is iedereen het met elkaar eens: juist die teamspirit is zo belangrijk. Ondanks dat die grappen nu niet meer zouden kunnen, is die teamspirit er nog steeds. "En je moet op elkaar kunnen vertrouwen. Zeker in de zorg houd je het anders niet vol."

Marleen, teamleider bij FIER, heeft gedurende haar tijd bij het GHZ heel wat functies gehad.  Volgens haar is nieuwsgierig blijven de sleutel. “Uiteindelijk kwam het moment dat ik mijn uniform moest ophangen. Dat vond ik best lastig, want het verpleegkundige vak zit echt in mij. Maar ook als leidinggevende kan ik veel voor iemand betekenen. Je helpt medewerkers groeien, je begeleidt mensen en je kunt iemand vertrouwen geven. Dat vind ik ook heel waardevol.” Ze heeft een duidelijke boodschap: “Grijp kansen. Er zijn zoveel mogelijkheden, maar je moet ze wel pakken.”

Waarom ze zo lang zijn gebleven? “Het ziekenhuis voelt persoonlijk. Je kent je collega’s, de lijnen zijn kort en je staat voor elkaar klaar. We hebben hier altijd de ruimte gekregen om ons te ontwikkelen en nieuwe dingen te leren. Je hoeft niet veertig jaar hetzelfde werk te doen. Er waren steeds nieuwe mogelijkheden en uitdagingen. Daardoor bleef het werk afwisselend en interessant. En uiteindelijk draait het om de patiënt. Luisteren, een hand vasthouden, er zijn voor de patiënt en familie. Dat zijn heel momenten die het werk zo bijzonder maken dat je het blijft doen.”