Gouds Dagblad | Dromen van Peter Pan

Dromen van Peter Pan

mainImage

Ik kan schrijven. Ik kan zingen ik kan dansen. Maar verwoordt het wat er in mij leeft?

Is er een manier om me te uiten? Is het mogelijk om dan verder te komen? Of is dit hoe het is.

Het leven hier fascineert me, maar niet meer dan het leven wat zich in mijn hoofd afspeelt. Ik vraag me af hoe het verbonden is met elkaar. Of er verschillen zijn, parallellen, overeenkomsten. Ik vraag me af of er een grens is, te overschrijden door te dromen.

Je kent de wereld van Peter Pan, de jongen die niet volwassen wilde worden, hij zag de beperktheid ervan in. Het starre, het onveranderbare. Peter Pan wilde dromen, wegvliegen in zijn fantasieën, naar een wereld waar de zon roodgloeiend is en de regendruppels lauwwarm, zacht, zo ze op je wang terechtkomen. Een droomwereld waar zwart en wit niet bestaan, waar geen goed of slecht is. Waar grijs er dan ook niet kan zijn, die voort zou komen uit de combinatie zwart-wit.

Een wereld gekleurd door wonderen. Getekend, met details hier en daar. Het is prachtig, om te geloven in Tinkelbell, en je mee laten nemen door een kapitein, die overigens een haak aan zijn rechterhand heeft.

Rustgevend om te dromen is het, vrij, en onbegrensd, onbeperkt. Er is geen grond om je op te houden. Er is geen maandag of dinsdag. Er zijn geen harde grenzen, alleen zachte, wattige wolken. Zo intiem kan je daar samen zijn, als je op die plek bent kan je niet anders dan liefhebben, op die plek is er innigheid.

De samenhorigheid die we hier verliezen blijft daar behouden. Dromen lijken wel een blauwdruk te zijn van hoe we leven moeten. Hoe we zijn moeten, hoe we lief moeten hebben. Het vertelt ons wat aanraking betekent, de waarde van lippen, ogen, en handen.

Wie zijn wij zonder hen? Wie zijn wij als we alleen zijn, wat zijn we waard? Niet alleen lippen, ogen en handen laten ons functioneren, deels, maar het is de ander die ons compleet maakt. Waar ander vrij in te vullen is, denk eens na wie en hoe dat is.

Ik verlang er soms naar om daar te zijn, in plaats van hier. De vaste grond is koud en hard.