Gouds Dagblad | De spin in het web
mainImage

De spin in het web

13 september 2020, 09:46 uur
Columns

Column Marianne de Jong |

De spin in het web

Toch maar weer proberen, uit eten in een restaurant. Binnen, spannend hoor! Tot nu toe alleen op een terras gezeten, ver weg van iedereen, zelfs de bediening blijft op afstand. En zo hoort het ook in deze tijd.

Na de noodzakelijke reservering en het opgeven van contactgegevens is het dan eindelijk zo ver: ik sta bij de deur. Handen ontsmetten en wachten tot je gehaald wordt. ‘Als ik geen tafel krijg die de vereiste afstand waarborgt, ben ik zo weer weg’; de gedachte voelt net zo normaal als een paar maanden geleden langs een rij afhalers met moeite naar je tafeltje proberen te komen. Een paar maanden geleden nog maar…

De jonge serveerster checkt mijn reservering en mijn telefoonnummer. Voor het geval dat. Ze wijst naar mijn tafel; die is geschikt, vind ik. Mijn jas blijft aan de stoel hangen, de garderobe wordt niet gebruikt. Het is stil in het restaurant. Het kan me niet stil genoeg zijn, eerlijk gezegd. Ook weer: ‘wat een verschil met een paar maanden geleden, je gaat toch voor de gezelligheid uit eten? Oók voor de gezelligheid. Dus: hoe drukker hoe beter. Behalve nu.

Ja, ik wil wel iets te drinken, dus de jonge vrouw gaat op pad om dat te regelen. Ze wordt onderbroken, want een nieuw gezelschap dient zich aan bij de deur. Zelfde ritueel, andere tafel. Goed kijken in het reserveringenboek, want anders moet iedereen steeds dwars door het restaurant heen. Liever niet.

Mijn drankje loopt vertraging op, want het nieuwe gezelschap begint al druk te zwaaien dat ze aandacht willen. Dus gaan zij eerst.

Net als ik denk dat ik aan de beurt ben, komt er een ober uit de keuken met een blad vol schone vaat. Die moet eerst opgeborgen worden en dan komen er alweer nieuwe gasten. Maar ze zijn nu met z’n tweeën, dus dan gaat het twee keer zo snel. Of niet? Nee hoor, de vertraging loopt alleen maar op. Kennelijk zijn ze nog niet zo lang hier, of niet zo goed ingewerkt, of alle twee niet?

Wordt het niet té druk? Wil ik hier nog wel blijven? Ach, ik zit naast de open deur en verderop in het restaurant staan ook alle ramen en deuren open, dus tocht het lekker door. Een beetje buiten binnen. En héé: daar verschijnt opeens de ober met mijn drankje. Nou, toch maar blijven zitten dan.

De kaart biedt een verscheidenheid aan gerechten, iets kiezen valt niet mee. Dus duurt het even. Maar dat geeft niet, want de serveerster en de ober zijn druk bezig bij de kassa. Die doet niet wat zij willen, zo lijkt het. En ook het gezelschap heeft weer aandacht nodig. Zodra de ober langs loopt, grijp ik mijn kans: ‘Heeft u alvast een broodje met kruidenboter?’ Ja, dat heeft hij. En het komt nog snel ook, joepie!

De ergste trek is gestild als de serveerster een gelegenheid vindt om mijn bestelling op te nemen. Ze neemt er ruim de tijd voor. Dat waardeer ik, maar ik voel me ook ongemakkelijk. Een tikkeltje sneller en de andere tafels zouden ook vlugger aan de beurt zijn. Die gasten beginnen zich ongemakkelijk te voelen. En dat laten ze duidelijk blijken.

De druk wordt opgevoerd, zowel op de serveerster als de jonge ober. Het wordt chaotischer, zeker als zich nog méér gasten melden, waaronder een familie die voor vier had gereserveerd, maar op het laatste moment hun buren meenemen. Waar moeten die Corona-proof zitten? Het valt ze niet uit te leggen, dus schikken ze maar in aan hun tafel, gewoon: wat dichter bij elkaar. Moet toch kunnen? Triomfantelijk kijken ze om zich heen: gelukt! Ergerlijk toch? Waarom begrijpen die mensen dat niet? Of doen ze net alsof, omdat ze het zelf achteraf ook een beetje dom vinden?

Uit het naastgelegen restaurant komt een dame. Dat restaurant is van dezelfde eigenaar, maar een stuk nieuwer. De hulptroepen? De dame kijkt stralend in het rond en groet de gasten aan de tafels waar ze voorbij loopt vriendelijk. Ze stevent op de serveerster en de ober af, die nog steeds staan te prutsen met de computer. Op haar korte tocht naar het team neemt ze alles in zich op. De lege glazen, het gemis aan bestek, aan eten en vooral: het ongemak bij de gasten.

In no-time heeft de dame de dreigende chaos omgebogen tot een soepel lopende organisatie. Ze lost de problemen met de laptop op, ze legt de bonnen op volgorde, ze overlegt met haar mensen, wijst ze waar ze moeten zijn en wat ze moeten doen. Zodra die twee onderweg zijn, loopt ze naar de keuken en keert supersnel terug met twee handen en armen vol borden en bakjes. De glimlach wijkt geen seconde van haar gezicht. Het eten wordt netjes en op de juiste tafel voor de juiste gast gepresenteerd.

Ze straalt rust en zekerheid uit: Veni, vidi, vici: ik kwam, ik zag, ik overwon. Moeiteloos.

De spanning is geweken, de serveerster en de ober lopen soepeler, de gasten beginnen ontspannen te praten en te eten. Crisis afgewend. Wat vakbekwaamheid, ervaring, betrokkenheid en daadkracht kunnen bereiken! Prachtig om te zien en te beleven!

Ze zijn overal om ons heen, vaak zijn ze onzichtbaar. Hun talent is ongrijpbaar, maar bijna iedereen voelt het verschil als ze er zijn. Of eigenlijk: als ze er níet zijn. Genietend van mijn heerlijke toetje met een merengue die het vakmanschap van de kok verraadt dank ik haar in stilte, de vakvrouw die mijn uitje heeft gered.

De spin in het web.

 

Zie ook www.coronkels.nl

Over Marianne de Jong
Mijn hele leven schrijf ik verhalen. Uiteraard op school de opstellen, later voor mijn muziekvereniging ook stukjes in het clubblad en de persberichten. Schrijven is pure ontspanning. Mijn diverse banen, mijn hobby’s, mijn dagelijkse wandelingen, mijn ontmoetingen met zoveel verschillende mensen; voor mij is het allemaal inspiratie. Voor korte verhalen en -het begin van- een roman.

Toen Nederland op slot ging vanwege Corona had ik ineens tijd genoeg om nog veel meer te schrijven. Mijn muziekvereniging ging op slot, muziek maken in groepsverband was niet meer  mogelijk. Mijn maatje, voor wie ik mantelzorger ben, zat in lock-down. Geen bezoek mogelijk. Net als bij zoveel anderen, voor wie de dag er ineens heel anders uitzag.

Dat gaf mij het idee om met mijn Coronkels te beginnen; verhalen in Corona-tijd. Soms actueel, soms emotioneel, soms hilarisch, maar altijd bedoeld om ontspanning te bieden en een lach te brengen.

Ik had iedereen uit mijn adresboek een verhaaltje gestuurd, met de vraag of ze het leuk vonden.

Wát een reacties! Zo leuk. Om op deze manier eenzame(re) mensen te bereiken en hen een mooi moment te bezorgen. Een ‘koekje bij de thee’ om het maar zo te zeggen. Mijn lezersgroep groeide, ook niet-eenzame mensen lezen mijn Coronkels. En daar is niets mis mee!

De gedachte om nog meer mensen te bereiken werd omgezet in daden: internet biedt mogelijkheden om iedereen kennis te laten maken met mijn Coronkels. En andere verhalen.

Mijn jongste neef, Ferran, bouwde een website, die hier te bewonderen is.

Ik zou zeggen: geniet er van!