Column Arjan van Essen |

Zondagmorgen

Op deze mooie, bijna zomerse, dag fiets ik naar het ziekenhuis. Samen met anderen dienst doen bij de viering van het Avondmaal.

Altijd al een bijzonder iets, maar op een plaats waar kwetsbaarheid toch wel een kernwoord is, helemaal een speciale gebeurtenis.

Bij de ingang kom ik een blijde, kersverse vader tegen. Zijn vrouw is net moeder geworden van Sem. Mooi om eventjes deelgenoot te zijn in deze blijdschap.

Later zit ik in het stiltecentrum waar bedden worden binnen gereden, waar de predikant zich opmaakt voor de dienst. We zetten wijn en brood klaar.

De dienst gaat over ‘van de berg afkomen’. Het hogere verlaten en weer kennismaken met de weerbarstigheid van het leven. Gehoord dat liefde en vertrouwen overwint. Ondanks en dankzij.

Mij raakt het dat ik bij het uitdelen van het brood bij een oudere dame kom. Ze kan niet zo goed omhoog kijken, dus kniel ik bij haar neer. Ik wil haar het brood aangeven maar in plaats van haar hand uit te steken, doet ze haar mond open. Ze kijkt mij vragend aan. Terwijl ik voorzichtig het brood tussen haar lippen doe, voel ik me bijna op heilige grond.

Haar dankbare blik is helemaal niet nodig. Ten diepste reikt ze uit naar mij.

Alles wat daarna gebeurt, is mooi, maar alleen nog maar een bevestiging. Dat geloof en hoop kunnen verdwijnen . De liefde blijft.

Afbeelding kan het volgende bevatten: 1 persoon