De Woningwet uit 2015 is doorgeslagen naar stringente landelijke regels, waardoor woningcorporaties te weinig ruimte hebben voor het leveren van lokaal maatwerk. ,,De wet is een landelijk confectiepak dat lokaal knelt,” vindt de commissie- Van Bochove die in opdracht van branchevereniging Aedes de wet evalueerde.

Deze week presenteerde de commissie onder leiding van voormalige Tweede Kamerlid en huidig burgemeester van Weesp Bas Jan van Bochove haar eindrapport. De Woningwet is destijds gemaakt om strakker te regelen waar woningcorporaties zich wel en niet mee bezig mogen houden. In de wet werden nieuwe spelregels voor de sociale huursector opgenomen.

De commissie pleit ervoor de landelijke regels flexibeler te maken waardoor knelpunten in de regionale woningmarkt makkelijker kunnen worden opgelost. ,,De corporaties zouden dan bijvoorbeeld met lokale partners kunnen afspreken dat het ook tot hun kerntaak behoort om te zorgen voor middeldure huurwoningen (van 700 tot 1000 euro),” aldus de commissie.

Spijker op zijn kop
,,De commissie-Van Bochove slaat de spijker op zijn kop dat de Woningwet woningcorporaties moet helpen om te werken aan maatschappelijke opgaven,” zegt Aedes-voorzitter Marnix Norder in een eerste reactie op de conclusies van de commissie. ,,Mensen helpen goed te wonen, daar moet het om gaan.”

Volgens Norder kent de huidige woningmarkt weer nieuwe problemen die vragen om nieuwe oplossingen. ,,Alle regels uit de wet hebben tot voorzichtigheid geleid. Corporatiebestuurders vroegen zich af ‘Mag dit wel?’ in plaats van ‘Hoe lossen we dit probleem op?”’

Ook het ministerie van Binnenlandse Zaken werkt aan een evaluatie van de Woningwet. De resultaten daarvan worden in december verwacht.