De voortekenen zijn gunstig voor een goed weidevogeljaar. Dat verwacht Stichting Het Zuid-Hollands Landschap. Door het koude voorjaar is het gras laat gaan groeien. Weidevogelkuikens, zoals die van de grutto, kunnen moeilijk door een dichte grasmat met hoog gras naar insecten zoeken. Daar hebben ze dit jaar minder last van.

Veruit de meeste graslanden van het Zuid-Hollands Landschap worden pas na half juni voor het eerst gemaaid. De weidevogeljongen hebben dan genoeg tijd om vliegvlug te worden of om te vluchten voor een naderende maaier.

Zo’n 20 procent van alle graslandpercelen van het Zuid-Hollands Landschap wordt voor half juni gemaaid. ,,Vervroegd maaien, noemen we dat’’, vertelt Sietse Kleinjan, boswachter bij het Zuid-Hollands Landschap. ,,Dat lijkt wellicht nadelig voor de weidevogels, maar dat is het niet.  Alle percelen die we in het voorjaar maaien lopen we uit. Als ik door een perceel loop waar grutto’s jongen hebben, dan gaat de oudervogel met hangende poten en luid geroep boven me vliegen. Als dit gebeurt, stellen we het maaien alsnog uit of maaien we alleen het deel waar ik geen vogels ben tegengekomen.’’

Maaien in het voorjaar doet het Zuid-Hollands Landschap alleen op percelen die nog een dichte grasmat hebben en niet bloemrijk zijn. Sietse: ,,Deze percelen maaien we in het voorjaar en nogmaals in de zomer. Het maaisel voeren we af. In het najaar doen we aan nabeweiding met vee. Door dit jaar in jaar uit te doen, verschralen we de bodem. Dat is belangrijk voor weidevogels. De vegetatie wordt opener waardoor kuikens er makkelijker doorheen kunnen stappen. Bovendien worden schrale graslanden steeds bloemrijker. Deze bloemen lokken insecten waar vogels op hun beurt weer van kunnen profiteren.’’

Overigens kan het gras in Nederland als gevolg van klimaatverandering steeds eerder in het jaar voor het eerst gemaaid worden. Uit onderzoek van Wageningen University blijkt dat de vroegste percelen over de afgelopen achttien jaar gemiddeld op 4 mei gemaaid werden. Dat is zes dagen eerder dan het gemiddelde in de periode tussen 1981 en 1998. Voor weidevogels is dit een ongunstige ontwikkeling. Zij zijn de afgelopen decennia ook wel iets eerder met broeden begonnen. Het eerste kievitsei werd de afgelopen achttien jaar gemiddeld twee dagen eerder gevonden dan in de periode daarvoor. Als deze trend zich doorzet, zullen agrariërs nog vaker gaan maaien in de periode dat weidevogels nog op hun nest zitten. En dan is deze berekening nog gemaakt voor kieviten die bekend staan als vroege broeders. Grutto’s doen het in het voorjaar wat rustiger aan. Die zullen dus nog eerder met de maaier te kampen hebben. ,,Niet bij het Zuid-Hollands Landschap hoor’’, aldus Sietse. ,,Bij ons heeft het beschermen van de weidevogels topprioriteit.’’