Of het toeval is, weten we niet, maar exact en op de kop af 65 jaar na de Watersnoodramp en de dijkdoorbraak bij Nieuwerkerk aan den IJssel, waarbij Gouda maar net aan een overstroming en ramp ontsnapte, is het Hoogheemraadschap Rijnland bezig met de dijkversterking aan de Goudse IJsseldijk. ,,In het verleden hebben we altijd gereageerd op rampen. Nu willen we zorgen dat we een ramp voorkomen”, aldus Jan Hendrik Dronkers, directeur-generaal Rijkswaterstaat.

Dat we in 1953 te maken hadden met een watersnoodramp, is wel duidelijk. Dat het leven van duizenden en misschien miljoenen inwoners van Nieuwerkerk, Capelle aan den IJssel en andere steden in de Randstad werd gered, hebben we te danken aan twee helden: de voormalige binnenvaartschippers Cor Heuvelman en Hannes van Vliet.

Nog altijd wordt de redding van vele mensenlevens in Nieuwerkerk en het grote achterland in de ijskoude nacht en ochtend van 1 februari toegedicht aan de Ouderkerkse schipper Arie Evegroen. Hij zette toen in naam van de Koningin zijn schip Twee Gebroeders in de dijk en kreeg daarvoor achteraf uit naam van de Koningin alle lof en credits.

Het echte verhaal kwam in 2007 naar buiten. Verteld door de voormalige binnenvaartschippers Cor Heuvelman en Hannes van Vliet. Toentertijd gepubliceerd in vele media. Het kan maar niet genoeg beschreven, verteld en herhaald worden. Al is het alleen maar voor de juiste geschiedschrijving en dat het op de juiste manier doorverteld wordt. Daarom publiceren we het verhaal uit 2007 nogmaals. Zie hieronder.

Vergeten levensredders bij Nieuwerkerkse watersnood (december 2007)

NIEUWERKERK AAN DEN IJSSEL – ,,Ze zijn ons vergeten”, zo zeggen de voormalige binnenvaartschippers Cor Heuvelman en Hannes en Henk van Vliet, na bijna 55 jaar nog teleurgesteld. Ze doelen daarmee op hun grote aandeel in de geslaagde reddingsoperatie het gat bij de Groenendijk bij Nieuwerkerk aan den IJssel te dichten bij de watersnood van 1 februari 1953.

De Ouderkerkse schipper Arie Evegroen zette toen in naam van de Koningin zijn schip Twee Gebroeders in de dijk en kreeg daarvoor achteraf uit naam van de Koningin alle lof en credits. ,,Maar zonder Cor had Evegroen het nooit gered”, vertelt de 83-jarige uit Ouderkerk aan den IJssel afkomstige Van Vliet. ,,Maar geen enkele schipper had die klus in zijn eentje kunnen klaren. Daar waren minimaal twee man voor nodig. En zeker een vent als Cor. Iemand met kennis van zaken, maar vooral veel lef en doorzettingsvermogen…”

Heuvelman en Van Vliet voeren respectievelijk vijftig en zestig jaar van hun leven op de binnenvaart. Ze kenden elkaar en wisten van elkaars verhaal en verrichtingen op die bewuste natte en zeer koude 1 februari-dag. Door sterfgevallen in beide families kwamen ze tien jaar geleden bij toeval met elkaar in contact. Het zijn inmiddels dikke vrienden. En regelmatig praten ze met elkaar over de meest aangrijpende gebeurtenis in hun schippersleven.

Bizar
In gedachten gaan ze ook nu weer terug naar hun bijzondere en bizarre opdracht in die ijskoude nacht en ochtend van 1 februari en doen hun verhaal in deinend schippersjargon. Heuvelman voer toentertijd met zijn vader op het schip Inconstant en lag voor reparatie bij lierenfabriek Dijksman aan de Spreeuwenhoek in Ouderkerk. Van Vliet, een van de zonen van het afvalvervoersbedrijf over water, Van Vliet & Zn., lag thuis voor de wal aan de IJssellaan. Beiden zagen al van te voren dat het dat etmaal zou gaan spoken. ,,We zagen het onheil ‘s avonds al aankomen. We hadden een onrustig voorgevoel. Het was zeer hoog water, terwijl het laag water moest zijn. En het moest nog vloed worden. Bovendien was het een Noordwesterstorm. We zijn dan ook de hele nacht wakker gebleven”, aldus de twee.

Het schip van de Krimpense familie Heuvelman lag die zaterdagavond met nog twee andere schepen aan de kant, waaronder de 18 meter lange aak van Evegroen. Uit voorzorg voor het slechte weer voeren de drie gezamenlijk naar de overkant in de haven aan de Kortenoord bij Nieuwerkerk. ,,Toen kwam burgemeester Vogelaar ons ’s morgens vroeg vertellen dat één van de schepen naar het gat in de dijk moest varen. Aangezien de twee andere schepen, 38 meter lang en 300 ton zwaar, te fors waren, viel de keuze op het schip van Evegroen.”

Plek des onheils
Met gevaar voor eigen leven diende de nu 76-jarige Heuvelman, toen nog een broekkie van 22 jaar, zichzelf aan om Evegroen te helpen en naar de plek des onheils te loodsen. En zonder te aarzelen. ,,Gevaar kende ik toen nog niet. Daar denk je niet aan. Bovendien ben ik op het water geboren. Net als een boer is een schipper altijd met het weer bezig en heeft hij met het weer te maken. Ik heb veel zware weersomstandigheden meegemaakt. Je weet niet anders. Je groeit er in op. Mensen aan de wal, die hadden er geen sjoege van wat zich buiten afspeelde. Die hadden er geen erg in dat het water over en door de dijken heen kwam. Die sliepen gewoon door. Maar vraag het eens aan mensen die aan een dijk wonen. Of aan de oudjes in Zeeland. Die hebben nu nog angst…”

Heuvelman begreep wel dat hij niet voor een alledaagse klusje de deur uit moest. ,,Het stormde uit de wal. Het water was hoog. En het was bere-koud. Ik ben met die Evegroen meegegaan, die ik overigens helemaal niet kende. Het zou zeer moeilijk worden, maar we moesten het proberen. We namen wel onze eigen roeiboot mee. Als reddingsboot voor onszelf. Om weg te komen. ‘Want als die schuit door de dijk heen bliksemt, dan verzuip je en dan ben je weg’, gaf mijn vader mij nog mee.”

Scheepje
Evegroen wilde het eigenlijk niet en kon het volgens de twee ook eigenlijk niet. ,,Maar ja, het was zijn scheepje, zijn eigendom”, zegt Heuvelman. ,,En toen Evegroen bij de doorbraak aankwam, zonk de moed helemaal in zijn schoenen. Hij besefte dat het schip door het gat de polder in kon slaan. En dat kon. Het schip was 18 meter lang en het gat 14 meter. En door de kracht van het schip hadden delen van de rotte dijk gemakkelijk kunnen wegslaan. Dan waren we weg. Maar we moesten het proberen.”

Omdat de wind uit de dijk kwam, voer Evegroen op advies van Heuvelman in de wind op tegen de dijk aan. ,,Zo konden we met het lege schip niet wegwaaien, maar waaiden we juist naar de dijk toe.”

De kop van het schip werd in de dijk gezet. ,,En om te voorkomen dat de kop zou wegschieten, gooide ik vanaf de kop een touwtje naar de vele mensen die al op de dijk stonden. Ze hielden zo de kop vast.”

Vervolgens zwenkte het achtersteven van het schip naar het gat. De natuur en de (weers)omstandigheden deden de rest. ,,Het schip klapte als een sluisdeur tegen de kant en zoog zich – door de enorme stroming – in het gat. Het leek alsof het scheepje er precies voor gemaakt was. Het bleef aan weerskanten prachtig hangen. We hadden geen meter over…”

15pk-Clays-motor
Heuvelman en Evegroen sprongen net voor de klap in de roeiboot. ,,En nou eraf. Wegwezen, riep ik. Vervolgens voeren we terug naar het schip en stapte Evegroen weer aan boord om zijn 15pk-Clays-motor stil te zetten. En dat was nodig omdat de schroef van de motor de dijk aan het bewerken was.”

,,Dat motortje heeft het daarna eigenlijk nooit meer goed gedaan”, zo vult Van Vliet aan. ,,Evegroen heeft na de ramp veel strop gehad met zijn schip. Zeker ook financieel. Hij voer af en aan en met horten en stoten naar de werf om zijn motor te repareren. Uiteindelijk heeft hij er op kosten van het Hoogheemraadschap een nieuwe in mogen zetten. Te meer omdat hij een jaar heeft moeten wachten op het geld van het rampenfonds. Hij moest maar zien hoe hij het rooide…”

Nadat het schip van Evegroen tegen de kant was gelegd, kwamen de gebroeders Van Vliet in beeld. ,,Ze hadden zandzakken nodig en over de weggekolfde dijk konden de vrachtauto’s niet meer rijden. Ze vorderde daarom mijn schip De Onderneming II. Die werd onder mijn kont weggehaald. Ze hadden ook al een schipper geregeld. Ik voelde er echter niets voor mijn schip af te staan. ‘Dan ga ik zelf mee’, zei ik…”, aldus Hannes die ook zijn broers Henk en Aart meenam aan boord.

De zonen Van Vliet vervoerden vervolgens de gehele dag, tot laat in de avond, de zandzakken vanaf de  zandhandel van hun oom Leen Boer naar de zwakke delen van de Groenedijk. Eerst rondom de Twee Gebroeders. ,,Het was ijskoud, het regende en er stond een storm met orkaankracht. Met grote moeite kon ik steeds met de schuit de punten bereiken. Met het gevaar door de dijk te klappen.” Maar ook de toen 29-jarige Van Vliet was het een en ander gewend. Vanaf zijn dertiende al manoeuvreerde hij met vuilscheepjes langs de grote zeeschepen in de Rotterdamse haven.

Sloten koffie
Vanaf zijn schip werden de zandzakken naar de dijk gebracht. ,,Verder schonken mijn broers in de roef sloten koffie. En belangrijker nog: er stond een kachel in mijn roef. En dat heb ik geweten. Er zijn honderden mensen bij me over de vloer geweest om zich op te warmen. Mijn roef kende ik later niet meer terug.”

Na een lange dag keihard zwoegen onder erbarmelijke omstandigheden, hadden Heuvelman en Van Vliet een behoorlijk steentje bijgedragen aan het redden van de dijk en daarmee het leven van miljoenen mensen in het achterland. Uitgeput gingen ze naar huis. En daarmee verdwenen ze in de anonimiteit. Ze hoorden niets meer en zelf lieten ze niets meer van zich horen. Eigenlijk tot op de dag van vandaag niets meer. En van niemand. Ze zijn vergeten. ,,Door allerlei omstandigheden zijn we in de vergetelheid geraakt. De inmiddels overleden Evegroen heeft wellicht nooit gezegd dat er nog een jongen bij hem op het schip was. En ook het grote aandeel van Hannes en zijn broers is in de doofpot gestopt…”, beseft en betreurt Heuvelman.

Ze kregen derhalve niets voor hun heldendaad. Nog geen bedankje. En sterker nog: mensen geloven hun verhaal niet of niet meer. Een voorbeeld. Hannes van Vliet kwam twee jaar geleden na een herseninfarct in verzorgingstehuis De Roo in Capelle aan den IJssel terecht. ,,Als ik de mensen hier het verhaal vertel, dat wij hun leven hebben gered, dan lachen ze me uit…”

door Pieter van Vliet (december 2007)

Op de foto de vergeten levensredders van de Nieuwerkerkse watersnood bij het monument bij de Groenendijk: Hannes van Vliet (links) en Cor Heuvelman.

Alsnog Carnegie Heldenfonds onderscheiding voor levensredders watersnood 1953 (januari 2009)

NIEUWERKERK AAN DEN IJSSEL – Bijna 56 jaar na dato hebben de twee voormalige binnenvaartschippers Hannes van Vliet en Cor Heuvelman alsnog een onderscheiding gekregen voor hun heldendaden tijdens de watersnoodramp van 1953. Van Vliet (84 inmiddels) en Heuvelman (77) kregen een zilveren medaille van de Stichting Carnegie Heldenfonds. Ten overstaan van zo’n 500 mensen en het Ouderkerkse shantykoor De IJsselmannen werd de medaille woensdag 7 januari aan de twee mannen (beiden erelid van de Koninklijke Schuttevaer) uitgereikt door burgemeester Bonthuis in het raadhuis van Nieuwerkerk aan den IJssel. „Ere wie ere toekomt. Een terecht eerbetoon. Ook na zo’n lange tijd”, zei hij daarbij.

De zilveren medaille is de hoogste onderscheiding van de Stichting Carnegie Heldenfonds, die wordt uitgereikt aan mensen die zich met gevaar voor eigen leven hebben ingezet om anderen te helpen. Het fonds is vernoemd naar de bekende Schots-Amerikaanse miljonair Andrew Carnegie. Volgens de Carnegie-organisatie hebben de mannen een belangrijke bijdrage geleverd aan het redden van de IJsseldijk, in de nacht van 31 januari op 1 februari 1953. Daarmee hielpen ze mee duizenden mensenlevens te redden in het achterland.

(Jo)Hannes Aart van Vliet overleed op zondag 4 augustus 2013 op 89-jarige leeftijd in een verzorgingstehuis in Capelle aan den IJssel. Oud-schipper Van Vliet werd met en op de ijsselaak Den Onthaestingh – na een tocht over de Hollandsche IJssel en langs het monument bij Nieuwerkerk – naar zijn laatste haven- en rustplaats gebracht in Ouderkerk aan den IJssel.

 

Beeldrechten: Pieter van Vliet.

Reageer op dit artikel