DOOR PIETER VAN VLIET |
Blieb, blieb… blieb, blieb… blieb, blieb… Om half drie in de nacht voor kerstavond schrik ik wakker van de wekker van de smartphone. Bewust gezet. Immers over een half uur ga ik met fotograaf Stephan Tellier de wijk in om met Ewoud en Ben, twee vrijwillige leden van het Buurtpreventieteam Watergras, op de fiets te surveilleren.
We treffen de twee op de Waterruit, bij de ingang van de wijk aan de Plaswijckweg. Ze zijn snel te herkennen. De reflecterende groene en oranje hesjes verraadt ze al van verre. ,,Dat is ook de bedoeling. Herkenbaar zijn als buurtpreventieteam voor de wijkbewoners en voor het volk dat hier niets te zoeken heeft. Er is inderdaad niets ‘sneakies’ aan met die opvallende hesjes. Het werkt preventief en afschrikwekkend. En prima dat een ieder ziet dat er een buurtpreventie is”, aldus Ewoud.

Het aantal woninginbraken in Gouda, zowel poging als voltooid, is onverminderd hoog. Bij de politie, de gemeente en de overige veiligheidspartners is, naar aanleiding van de recente cijfers, een aanvalsplan tegen woninginbraken vastgesteld. Buurtpreventie team Watergras neemt alvast haar eigen maatregelen en begon onlangs met een Buurtwacht Watergras.
Ben: ,,Dit jaar zijn onze twee wijken, te weten de Waters en de Grassen, veelvuldig doelwit geweest van criminelen. Boeven die het behalve op woningen ook hadden voorzien op geparkeerde auto’s. Reden voor het Buurtpreventieteam Watergras om, in nauwe samenwerking met de politie inclusief de twee wijkagenten, met vrijwilligers uit genoemde wijken over te gaan tot het instellen van een Buurtwacht Watergras.”
,,Wij surveilleren ‘s nachts met meerdere teams van twee personen waarbij ieder team bij inzet één tot twee uur gaat lopen of fietsen. Dit laatste verdient de voorkeur. Dan ben je mobieler, sneller en kun je een groter gebied bestrijken. De vrijwilligers zijn daarbij verzekerd van maximale ondersteuning van de wijkagenten en de politie in algemene zin via 112”, vertelt Ewoud.
De politie heeft de ogen en oren van alle inwoners in het gebied hard nodig om verdachte zaken aan het politieteam te melden. ,,De bewoners kennen de buurt het beste. Zij weten wie hun buren zijn en in welke auto’s zij rijden. Ons advies is: bel altijd 112 als je in de buurt iets verdachts ziet. Noteer bijvoorbeeld het kenteken van de verdachte auto en/of het signalement van de verdachte persoon. Geef dit door aan de politie. Blijf rustig, neem geen risico’s! Meld je naam, je woonplaats, het adres en wat er precies aan de hand is”, aldus een woordvoerder van het politieteam Gouda.
De politie doet ook graag een beroep op de krantenbezorgers en de mensen die met hun honden rondlopen. Het buurtpreventieteam komt daar nog extra bij.

Beide heren kennen elkaar niet en hebben elkaar nog nooit gezien, maar gaan als volleerde surveillanten gezamenlijk met elkaar op pad. Ewoud en Ben hebben zich om uiteenlopende redenen opgegeven voor de buurtpreventie. ,,Ik ben zelf ooit slachtoffer geweest van een woninginbraak. Toen woonde ik nog in Rijswijk. Bij thuiskomst, zeven uur ’s avonds, betrapte ik drie mannen op heterdaad bij onze voordeur. Toen ze me zagen, gingen ze er als hazewindhonden in een auto vandoor. Maar goed ook, want dat ga je niet winnen. Maar het slot van de deur lag er al uit. Als ik iets later was thuisgekomen, was de ellende groter geweest.”
Ben is nooit de dupe geweest van een inbraak. Hij doet mee aan de surveillanceronden vanuit zijn eigen verantwoordelijkheidsgevoel. Beiden hebben zoals alle andere vrijwilligers een briefing gehad van de politie. De opdracht voor de surveillerende teams op voorhand luidt: Bij voorkeur ‘zien zonder gezien te worden’ en uit het zicht 112 bellen. Ben: ,,Het klinkt natuurlijk spannend en heldhaftig als je iemand kan betrappen en kan laten oppakken. Dat werkt wellicht motiverend om het te blijven doen. Maar daar zijn we eigenlijk niet op uit. Je hoopt niets en niemand te zien. Dan is het goed. Als ze hier maar vertrekken en wij er geen last meer van hebben. Wegjagen, dat is het credo.”
Ewoud: ,,We willen alleen maar waarnemen en melden. We letten op verdachte situaties, mensen, auto’s, scooters, open ramen en deuren. Eigenlijk alles wat afwijkt van wat je ’s nachts mag verwachten. Iedereen die op dit tijdstip rondhangt, is verdacht. Al merken we snel of we te maken hebben met een laat uitgaanspubliek. Er moet een preventieve werking vanuit gaan. We werken daarom ook aan de hand van surveillanceroosters waarbij we regelmaat en voorspelbaarheid vermijden. We rijden of lopen ook geen vaste routes. We spreken dit met elkaar af.”
Na een kort kennismakingsgesprek gaan we op pad. Met de laatste instructies van de politie. Ben: ,,We weten wat er speelt. Welke inbraken er zijn of zijn geweest. Hier spelen vooral airbag en woninginbraken. We hebben een autogroep en een huizengroep. Oren en ogen open houden. Aanwezig zijn, maar niet de held uithangen. Extra toezicht naast de politie en naast de bewoners die hun honden uit laten. Maar ja, die zie je natuurlijk niet op dit tijdstip.”
We rijden rustig en kriskras door de Water en Grassen-buurt. En komen ook regelmatig op dezelfde punten uit. Onderweg valt op dat het wel heel donker is in de wijk. Ondanks het feit dat er bij veel bewoners kerstverlichting buiten hangt. Als die in januari verdwijnen, is het nog donkerder. ,,Ach, de inbrekers bij mij stonden vol in de schijnwerpers. Volgens de politie vinden ze daarmee juist beter hun weg”, weerlegt Ewoud.
We zien ook buurtbewoners met skibox op de auto vertrekken naar wintersport. John: ,,Ja, dat kunnen dieven natuurlijk ook zien. Beter is om de auto elders te parkeren of de skibox er op het laatste moment op te zetten. Maar dat is vaak lastig…”

De weersomstandigheden van vannacht en voor eind december zijn ideaal. Het is 8 graden, windstil en droog. Ben: ,,Dat is voor ons prettig. Maar minder aantrekkelijk voor de boeven. Die gaan meer voor weersomstandigheden waarbij veel herrie vrijkomt. Het liefst stormachtig. Dan hoor je bijna niet als er een ruitje wordt ingeslagen. Zo ook met vuurwerk.”
Ewoud: ,,Maar als ze echt willen en als ze echt weten wat er te halen is, houd je ze nergens mee tegen. Dan komen ze toch wel. Dan houd je ze met geen tien politieagenten tegen. Zeker de echte criminelen. Maar gelukkig, hebben wij hier voornamelijk te maken met zogeheten gelegenheidsboeven.”
De tijd vliegt. Tegen vieren komen twee andere vrijwilligers al weer aanfietsen. Zij nemen het komende uur de surveillance over. Eerst nog even een overdracht. ,,We zijn er klaar voor: gewapend met ochtendlucht… Moeten we de lichten en hesjes aanhouden? ‘, vraagt de ene enthousiast.
,,Waarom we meedoen? We vinden het leuk om ’s nachts op te staan en met z’n tweeën de straat op te gaan om een rondje te maken… “, grapt de andere. ,,Nee hoor, puur uit solidariteit. En niet zo lang geleden stonden ze bij onze buren ’s nachts op het dak. Dat geeft je een zetje in de rug om hieraan mee te werken. En al is het vrijwillig, het is niet vrijblijvend. Je moet er wel samen voor gaan. En het is goed voor de buurt en voor de saamhorigheid en teamgeest in de buurt. We staan voor elkaar klaar en we gaan met en voor elkaar.”
,,We hopen dan ook dat het gaat groeien en leven onder de buurtbewoners. Van de ruim 600 woningen heeft zich een redelijk en werkbaar aantal vrijwilligers aangemeld, maar we kunnen nog best een paar extra mensen gebruiken. Wij surveilleren altijd in teams van twee personen. Dat is niet alleen gezelliger maar vooral effectiever; immers twee paar ogen en oren zien en horen meer dan één paar…”
We gaan vervolgens allemaal onze eigen weg. Rond half vijf stap ik terug mijn bed in. Ik blijf toch nog een tijdje wakker liggen. Het is en blijft toch een (in)gebroken nacht.