Een klein stukje historie.
Het pand op de hoek van de Wijdstraat en de Torenstraat in de binnenstad van Gouda heeft een naam. En dan bedoelen we niet het leuke cafeetje Heeeurlijk dat op de begane grond is gevestigd. Hoog boven op het pand staat de naam: De Vier Heemskinderen.
Het pand is een rijksmonument. Waarom het zo heet, konden we niet vinden. Wellicht kan iemand dat ons uit de doeken doen.
Maar wat we wel weten is dat het pand is vernoemd naar een prachtige legende uit de 13e eeuw over vier zonen van ridder Aymes (in het Nederlands verbasterd tot ‘Heems’) van wie er één (Reinout) op het zwarte paard Ros Beiaard reed. Een onoverwinnelijke  ros dat droevig aan zijn einde kwam.

Het verhaal
De ridder Aymon (ook wel Haymijn of Aymes, in het Nederlands verbasterd tot Heems) van de Ardennen (of Dordogne[1]) was een trouwe leenman van Karel de Grote. Hij zou getrouwd geweest zijn met Aye, een zuster van Karel. Zij schonk haar echtgenoot vier zonen: Ritsaert, Writsaert, Adelaert en Reinout. Van het viertal was Reinout de sterkste. De vier zonen kregen van hun vader, naar oude traditie, elk een paard als geschenk. Reinout was echter zo sterk, dat hij zijn rijdier per ongeluk doodde. Toen werd hem een tweede paard aangeboden, maar brak het reeds bij de eerste rit de lendenen.
Heer Aymon wist echter raad. Omdat een ridder toch een paard moest hebben, bracht hij zijn zoon naar een burcht waarin de beruchte hengst Bayard (het Ros Beiaard) opgesloten zat, een driftig, zwart beest dat door iedereen gevreesd werd en nog nooit zijn meester gevonden had. Onverschrokken trad Reinout het briesende paard tegemoet, dat hem onmiddellijk met een fikse trap enkele meters verder gooide. Reinout wilde het echter niet opgeven, en na een heroïsche strijd slaagde hij erin het wonderbare paard aan zijn wil te onderwerpen. Vanaf dat moment zou het Ros Beiaard ridder Reinout blindelings gehoorzamen.
Maar er ontstond een ernstige vete tussen Karel de Grote en Aymon en zijn zonen. Tijdens een partijtje schaak aan het hof volgde een hoogoplopende ruzie tussen Reinout en zijn neef Lodewijk, Karels zoon, waarbij de driftige Reinout in zo’n woede ontstak, dat hij alle stukken omver gooide en zijn tegenspeler een dodelijke dreun op het hoofd gaf met het zware zilveren schaakbord. Karel zwoer dat hij Lodewijk zou wreken, en hij achtervolgde de vier broers, die wegvluchtten op de rug van het ros Beiaard en zich verborgen in het ontoegankelijke Ardense woud. Vanuit hun sterke burcht Montalbaenverdedigen de vier ridders zich tegen de aanvallende legerbenden van hun oom.
Intussen was hun vader Aymon in de handen van Karel de Grote gevallen. Karel was enkel bereid vrede te sluiten en Aymon vrij te laten, indien het duivelse Ros Beiaard aan hem werd uitgeleverd. Reinout weigerde aanvankelijk op dit voorstel in te gaan, maar zwichtte uiteindelijk toch onder de smeekbeden van zijn moeder. Omdat het paard de reputatie had onoverwinnelijk te zijn, besloot Karel het te verdrinken. Met gebroken hart en lede ogen moest Reinout lijdzaam toezien hoe het naar de rivier werd gebracht en met zware molenstenen om de nek in het water werd gegooid. Tot tweemaal toe verbrijzelde het paard met één hoefslag de stenen en zwom het terug naar de oever, waar Reinout stond te kijken. Bij een derde poging werden de stenen verzwaard, maar toch kwam het Ros Beiaard weer boven water, reikhalzend naar zijn meester, maar die kon het het lijden van het beest niet meer aanzien en wendde zijn hoofd af. Denkend dat zijn meester niets meer van hem wilde weten, liet het nobele dier zich verdrinken.
Bron en foto: citywatcher Karel Baarspul en Wikepedia.

Laat een reactie achter