Oktober was de maand van eindelijk een nieuw kabinet, van weer geen eindronde voor de Nederlandse voetballers, van Max Verstappen, maar oktober was vooral de maand van vaders en dochters. Bert Wagendorp, de auteur van Ventoux, schreef samen met zijn dochter Hannah het Vader & Dochter-boek. Een boek over de relatie die wordt omschreven als de meest bijzondere relatie die er bestaat. Op de achterflap van dit aan te raden boek de tekst: ,,Lees dit boek en je beseft wat voor een geluksvogel je bent met een dochter.”
En zo voel ik dat zelf ook. Mijn eigen dochter is inmiddels 29. Een succesvolle jonge vrouw die volop in het leven staat en daarvan geniet. Hoe heerlijk is het als je dat kan zeggen van je eigen dochter. De tijd van het brengen en halen van feestjes, van het meefietsen in het donker is voorbij. Ze woont inmiddels in Amsterdam en er is iemand anders die net zoveel van haar houdt als ik en die zich over haar ontfermt.
Een dochter is voor een vader toch net even anders dan een zoon. Natuurlijk net zo lief, net zo dierbaar, maar als vader ben je toch altijd net even bezorgder geweest als ze onderweg was, als ze zich vermaakte op de feestjes van de tennisclub of uitging in het destijds befaamde Amphion met haar vriendinnen. Helemaal als ze vijf minuten later was dan afgesproken. De heimelijke angst van; het zou toch niet.
Het kwam allemaal weer keihard boven deze maand. Opeens waren we, miljoenen Nederlandse vaders, even één met de vader van Anne Faber. De vertwijfeling, de vage hoop, de angst, de wanhoop en het verdriet; we voelden het bijna alsof het onze eigen mooie dochter was. Tommy Wieringa verwoordde dat gevoel misschien wel het allermooist op 13 oktober in zijn column van het Algemeen Dagblad. ,,Onze dochters moeten onbezorgd door de wereld kunnen fietsen.”
Vele malen heb ik aan de deur van de school gestaan na afloop van een schoolfeest. Het plein vol met ouders die hun bezwete tieners zorgzaam en veilig mee naar huis namen. Af en toe waren er leerlingen die zelf onbezorgd naar huis fietsten, maar die van ons altijd de raad kregen vooral samen te blijven fietsen. Want er is maar één gek nodig voor het aller, allerergste. Dat heeft de maand oktober ons weer keihard duidelijk gemaakt.