Steeds meer mensen in Nederland die werken, leven tegelijkertijd in armoede. Van alle werkenden is 4,6 procent arm, ofwel zo’n 320.000 mensen. Van hen werken er 175.000 in loondienst en 145.000 als zelfstandige. Dat meldt het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP) in het rapport Als werk weinig opbrengt.

Om armoede te definiëren hanteert het SCP het zogenoemde ‘niet-veel-maar-toereikend-criterium’, gebaseerd op de minimale kosten van wonen, voeding, kleding en verzekeringen, plus nog een klein bedrag voor ontspanning en sociale activiteiten. In 2014 was de norm voor een alleenstaande 1063 euro per maand.

Volgens staatssecretaris Tamara van Ark van Sociale Zaken en Werkgelegenheid ‘verdient armoede onder werkenden onze aandacht’. Daarom verlaagt het kabinet per 1 januari 2019 de belastingen voor mensen die werken en een laag inkomen hebben. Zo houden zij meer over in hun portemonnee, aldus Van Ark. Ook gaat het kabinet kwetsbare zzp’ers (zelfstandigen zonder personeel) beter beschermen om zo het risico op armoede onder deze groep te beperken.

Vakbond FNV noemt de ontwikkelingen ‘uitermate zorgelijk’. Volgens de bond is de flexibilisering doorgeslagen. ,,Vooral de hoge armoede onder oproepkrachten en werknemers zonder vaste uren vallen op, net als de groei van het aantal zzp’ers met een te laag uurtarief”, reageert vicevoorzitter Tuur Elzinga.