Het ministerie van Sociale Zaken onderzoekt of de wet meer duidelijkheid moet geven over de vraag wanneer bijstandsgerechtigden die worden verdacht van fraude gefilmd mogen worden.

Aanleiding daartoe zijn uitspraken van de rechter. Zo oordeelde de Centrale Raad van Beroep de afgelopen jaren in meerdere zaken dat de inzet van camera’s voor bijstandcontrole te ver ging.

De Volkskrant beschreef zaterdag diverse casussen van bijstandsgerechtigden die met verregaande opsporingsmiddelen werden gevolgd door controleurs van sociale diensten, van verborgen camera’s tot GPS. Zulke middelen worden bijvoorbeeld ingezet om te controleren of iemand samenwoont, terwijl hij heeft doorgegeven alleen te wonen. Deskundigen tonen zich in de krant kritisch over dit soort methodes.

,,Cameratoezicht mag alleen als er geen andere manier is om fraude aan te tonen, het moet proportioneel zijn”, zegt een woordvoerster van het ministerie. Sociale Zaken bekijkt vooral of gemeenten, die verantwoordelijk zijn voor de bijstand, meer behoefte aan duidelijkheid hebben. ,,Wij zeggen hiermee niet dat de rechtsbescherming niet goed is”.