Column Arjan van Essen |
Tja, het klinkt misschien wat raar om mee te beginnen, maar ik verdien zeshonderd euro per maand meer dan mijn collega die lesgeeft op een basisschool. Netto heb ik het over. Mijn collega moet er meer voor doen en krijgt er minder voor terug. In loon dan.
Hij (of in de meeste gevallen zij, maar voor de leesbaarheid beperk ik me vanaf hier tot de mannelijke variant) heeft wel drie keer per dag contact met ouders. Aan het schoolhek kan dat, en anders zoeken ze hem wel op in zijn lokaal. En het voordeel van deze tijd, waarin iedereen wel een keer een cursus assertiviteit heeft gevolgd, is dat hij daar heel veel tips krijgt; hoe hij het anders en beter kan doen.
Ik daarentegen heb drie keer per jaar een zogenaamd tienminutengesprek met ouders. Volledig geregisseerd en ingekaderd. Alleen als er echte bijzonderheden zijn, nodig ik ouders uit voor een gesprek op school. Meestal is dat niet een setting waarin ik veel tips en/of verbeterpunten van hen krijg.
Daarnaast heeft mijn collega het voorrecht dat in zijn klas alle niveaus vertegenwoordigd zijn. Hij mag zich verdiepen in alle verschillen in cognities waardoor hij zo gedifferentieerd mogelijk kan lesgeven. Ik moet mij beperken tot één niveau.
Ook mag mijn collega in het basisonderwijs veel meer registreren over elke leerling. Allerlei diagnostische toetsen komen langs. Vlak ook al die cursussen die gevolgd mogen worden, om deze toetsen af te nemen, niet uit. Plus nog eens de cursussen om de uitkomsten van deze toetsen juist te duiden en vast te leggen.
Dan het het numerieke voordeel: Waar ik het gemiddeld met een leerling of twintig, vijfentwintig moet doen, heeft mijn collega op de basisschool er al snel een stuk of zeven, acht meer. Tel uit je winst! Zeven schriften meer om na te kijken. Per vak hé! En ook zeven oudercontacten meer.
Om nog iets te noemen: De leeftijd. Heb ik de leerling zo gemiddeld rond de leeftijd van een jaar of veertien, mijn collega heeft ze jaren jonger. Hij mag zich druk maken over lichamelijk opvoedkundige dingetjes (u weet wel; toiletbezoekjes, luizen, broodtrommeltjes en gezonde hapjes), bij mij valt daar geen eer meer aan te behalen. Doen ze zelf wel.
Oh ja, bijna vergeten: Voor hem is het klimaat in het dorp, buurt of streek ook van belang. Hij weet precies wat er speelt tussen ouders onderling. Heeft de mogelijkheid om het zoontje van de ietwat snobistische aandoende bankier naast de dochter van de dorpsvrijbuiter te zetten. Nee, dat lukt mij niet op een school met vierduizend leerlingen.
Als laatste, stel dat die meester (of juf; ik kan ’t niet laten om haar toch even te noemen) toch evenveel als ik zou verdienen: Wanneer zou hij, of zij, dat nu op moeten maken? Ik heb echte vakanties, die ik helemaal kan benutten, en daarnaast nog een uurtje of vijftig per jaar die ik facultatief kan opnemen. Maar hij? Hij staat zelfs op zaterdag nog bij de Action in de rij. Viltstiften, markers en stempels te kopen. Zijn bovenschoolse directeur, die dit normaal gesproken deed, is namelijk leraar bij ons geworden.

 

Laat een reactie achter