,,Het warme brengt na twintig jaar weer een koninginnepage naar het Goudse heempad. Bijzonder!”, zo twitterde de Goudse ecoloog André van Kleinwee vanmiddag enthousiast.

De koninginnepage is ongetwijfeld onze meest spectaculaire dagvlinder.  De koninginnenpage is een vlinder uit de familie van de pages. De koninginnenpage heeft een voor een page relatief grote spanwijdte tot 75 millimeter, en is een van de grootste vlinders die in België en Nederland wordt gevonden. Helaas is het niet zo dat je deze prachtige vlinder vaak zult zien.

Over de koninginnepage
Alle vlinders houden van warmte, maar de koninginnepage komt oorspronkelijk uit zuidelijke streken van Europa, met als noordelijkste grens Z.Limburg. Hoewel er de laatste tijd enige uitbreiding naar het noorden merkbaar is. De vlinders die we hier soms kunnen zien, zijn meestal zwervers. Dat wil zeggen: de vlinder komt in een warmere streek uit de pop en gaat dan vliegen. Ze verspreiden zich vanaf een vaste locatie over een aanzienlijk groot gebied. Ze worden waargenomen in N. Brabant en Gelderland en soms ook in Utrecht. Ze komen langs en gaan weer terug.

In een warme zomer kan het voorkomen dat een zwerver toch eitjes legt. De omstandigheden moeten dan wel optimaal zijn. Als er langdurig voldoende zonneschijn is en als er voldoende wilde peen groeit en als er dan nog hennepnetel in de buurt is om de nieuwe vlinder ter wille te zijn, dan zou het kunnen gebeuren dat zo’n zwerver blijft hangen en eitjes legt en zodoende zorgt voor een zomergeneratie van de koninginnepage. Deze zomer- of tweede generatie is diepgeel van kleur.

Tussen 1935 en 1942 was de koninginnenpage talrijk, vooral in het oosten en zuiden van het land. De mooie rupsen werden vaak van het peenloof gehaald en thuis opgekweekt. Dat ging natuurlijk vaak mis. De vlinder werd om zijn of haar schoonheid gevangen en opgeprikt.

Na vele jaren van schaarste vertoont deze page langzaam een zeker herstel. Boven de grote rivieren verschijnt ze voornamelijk als zwerver. De pop ziet men zelden. Als er eitjes gelegd worden is het zaak deze eitjes zodanig te plaatsen dat de rupsen die er uit komen ook meteen voldoende eten hebben. Dit moet dus op nog niet bloeiende planten wilde – of gewone peen. Een wortelveld, waar overvloed is heeft de voorkeur boven die paar wilde penen in de berm. Dat is weer een minpunt omdat deze wortelvelden gerooid worden voordat de rupsen ervan kunnen eten. Een goede kans hebben ze in de berm op schermbloemen zoals wilde peen en dille.