Column Jan Steigenga |

Kansengelijkheid in onderwijs is een illusie

We willen allemaal het beste onderwijs voor ons kind. Opgejaagd door het streven naar het hoogst mogelijke wordt er vaak van alles uit de kast gehaald om onze oogappeltjes te laten schitteren. Bijlessen, schaduwonderwijs, examentrainingen, niets is ons te gek. Als het doel maar bereikt wordt. Welk doel? Een titel? Een directiefunctie? Of misschien toch een burn-out?

Het reguliere onderwijs is er bij gebaat dat ouders belangstelling hebben voor de vorderingen van hun kinderen en hen thuis op een positieve manier begeleiden.

Maar als datzelfde reguliere onderwijs in de ogen van een groeiende groep ouders te kort schiet, wordt vaak de oplossing buiten de school(m)uren gezocht. Vaak zijn dat ouders die hoog opgeleid zijn en een hoog inkomen genieten.

Betaalde bijlessen? Geen probleem. Dat financieren we.

Schaduwonderwijs en examentraining in het voortgezet onderwijs? Idem dito.

Kinderen van bovengeschetste groep ouders worden vaak hoger ingeschat door de leraar op de basisschool dan de eindtoets rechtvaardigt. En als de leraar geen hoog advies geeft, oefenen ouders regelmatig zoveel druk uit dat het advies naar boven wordt bijgesteld.

Het gevolg is vaak dat de leerling een pittig traject wacht in het voorgezet onderwijs, maar dan is daar gelukkig de bijlesleraar en de huiswerkbegeleiding. Wanneer een kind een leerprobleem heeft zoals dyslexie, faalangst of hoogbegaafdheid, staan de hulptroepen van buiten het reguliere onderwijs klaar, ook als de leraar het (nog) niet nodig vindt.

Opstandige pubers met laaggeschoolde ouders zien diezelfde externe hulptroepen niet klaar staan, want dat is niet te betalen. Vaak wordt dan bij minder goed functioneren gekozen voor afstroom naar een lagere vorm van voortgezet onderwijs.

Zo kan je spreken van ongelijke kansen. En als die kansen al niet gelijk zijn in het onderwijs, dan zijn ze dat ook niet in het daarop volgende maatschappelijke traject.

Het zal duidelijk zijn. Ik ben geen voorstander van allerlei kunstgrepen buiten het reguliere onderwijs. Uit eigen ervaring weet ik dat bijlessen slechts gewenst zijn als door omstandigheden delen van de lesstof niet behandeld zijn. Verder werkt bijles alleen maar tijdelijk prestatieverhogend.

In het voortgezet onderwijs geldt hetzelfde. Het effect is dan dat de leerling op een kunstmatig hoger niveau wordt gebracht. Een niveau dat niet natuurlijk is en dus een scheef beeld geeft van de capaciteiten van een leerling. Daar is niemand bij gebaat.

Nog een bezwaar is dat toegewerkt wordt naar eindexamens. Een kunstje wordt geleerd!

Natuurlijk moeten leerlingen met specifieke problemen middels interne begeleiding van de school zelf geholpen worden! Laat dat vooral duidelijk zijn.

Scholen en ouders moeten er naar streven dat het kind de passende toerusting verkrijgt om op een gelukkige wijze te kunnen functioneren in de samenleving.

Goed nieuws is dat de nieuwste denkbeelden binnen o.a. de VO-raad in die richting wijzen en minder uitgaan van vaste examencriteria.

Jan Steigenga is gepensioneerd directeur van een basisschool

 

Laat een reactie achter