Column Arjan van Essen |

Ik was in ’t weeshuis

Naar aanleiding van de expositie Verweesd van Tineke Radder in het Weeshuis in Gouda. 

Naast het andere mooie werk raakt me telkens de installatie ‘Verweesd’.

Een groot kunstwerk bestaande uit een wolk van stenen ter nagedachtenis aan de weeskinderen die gedurende driehonderd jaar in dit gebouw hebben gewoond.

Ik ben niet zo’n kunstkenner dat ik alles wat ik zie, kan duiden. Zelfs begrippen als mooi en lelijk zeggen me niet zoveel. Maar deze stenen raken me. En niet zo’n beetje. Vanmorgen was ik er met iemand en we hebben gewoon een tijdje staan kijken.

Zachte pianomuziek geeft de stenen een stem. Net door de ramen vallend zonlicht geeft zwart en wit de grijstinten. En ergens zorgt de wind voor beweging.

Bij elkaar raakt het me. Maar ook de stenen afzonderlijk. Dat er driehonderd jaar hier verweesde kinderen waren is mooi, of misschien ook niet. Ik weet het gewoon niet. Dat deze kinderen een plekje kregen in dit gebouw is ook iets dat mij niet zoveel zegt.
Dat er nu na zoveel jaren stenen hangen, ervaar ik als iets heel speciaals. Elke steen vertelt zijn verhaal. Geen steen is hetzelfde. Het gaat niet alleen om het totaal, het is juist de enkeling. Sommigen in een groep, anderen moederziel alleen. Geen één die valt.
Eentje die mijn aandacht trekt. Elke keer als ik kijk dan draait hij. Om zijn eigen as. Laat zich zien en vangt het licht.
Alle stenen zijn met de hand gemaakt. Eén voor één. Van papier mache. Dat is het mooiste. De stenen van papier. Het is zwaar genoeg geweest.