Vandaag, donderdag 19 juli, is het 746 jaar geleden dat Gouda stadsrechten kreeg. Graaf Floris de Vijfde kwam Gouda hiermee feliciteren.

Graaf Floris de Vijfde reed rond 9u45 bij de Waag op een paard de stad binnen en opende de kaasmarkt openen. En gaf daarmee een extra feestelijk tintje aan deze kaasmarkt.

Wat er aan vooraf ging
Op 19 juli 2018 is het op de kop af 746 jaar geleden dat Gouda stadsrechten kreeg.
Deze respectabele ouderdom betekent nog niet dat er een groot feest wordt gegeven in Gouda. Dat bewaren we voor het 750-jarig bestaan in 2022.

Maar om je alvast voor te bereiden op dit jubileum en je in te lezen, volgen hier alle ins en outs van het Goudse stadsrecht.
Wat voor rechten kreeg Gouda? En hoe ziet het stadsrecht dat in het streekarchief wordt bewaard, er nu eigenlijk uit?Graaf Floris V
Op dinsdag 19 juli 1272 geeft Floris V, graaf van Holland aan heer Nicolaas van Cats de stadsvrijheid ‘tot Goude’. Gouda ligt gunstig gelegen aan de Gouwe en de Hollandse IJssel en is daarom economisch en strategisch van belang. De Zeeuwse Van Cats was een van de belangrijkste edelen van graaf Floris V.

Vóór 1272 waren de lokale machthebbers in Gouda de heren van der Goude. De laatste erfgenaam van dit geslacht was jonkvrouw Sophie, die onder voogdij stond van ridder Nicolaas van Cats. Nicolaas wordt daarmee heer van Gouda.
In 1272 krijgen de burgers van Gouda onder andere vrijheid van tolbetaling voor het gehele graafschap van Holland en Zeeland. Voor het gemak bepaalt Floris verder dat de burgers dezelfde rechten zullen bezitten als de poorters van Leiden. Bij onduidelijkheden kan men het Leidse bestuur raadplegen. Als de graaf van Holland dat bovendien nodig vindt, moeten vijf mannen, uitgerust op kosten van de stad Gouda, de graaf militair bijstaan.
Het stadsrecht dat in het streekarchief wordt bewaard, is niet de oorspronkelijke oorkonde van 19 juli 1272. Deze is al lang geleden verloren gegaan. Daarom heeft de bisschop van Utrecht in 1335 een nieuwe oorkonde uitgegeven, een zogenaamd vidimus.
De onderdelen van het Goudse stadsrecht
a.Wi Jhan bi der ghenade Gods biscop t’Utrecht …
Jan van Diest was bisschop van Utrecht van 1322 tot en met 1340. Onder zijn bewind ging het niet echt goed met het bisdom. Jan erfde een enorme schuldenlast van zijn voorgangers en deed zelf ook wat financiële misstappen. De graven van Holland en Gelre leenden veel geld aan de bisschop, waardoor deze volledig in hun macht kwam. Zij dreigden zelfs het Sticht (het gebied waar de bisschop zijn wereldlijke macht uitoefende) onderling te verdelen. Waarom de burgers van Gouda juist deze zwakke bisschop van Utrecht vroegen hun handvest te bevestigen, had ongetwijfeld een politieke reden.
b. … dat wi hebben ghesien ene hantveste …Vidimus betekent letterlijk ‘wij hebben gezien’ in het Latijn. De bisschop verklaart als bevoegd autoriteit dat hij de oudere akte gezien heeft. De nieuwe oorkonde krijgt met zijn verklaring dezelfde rechtskracht als het oorspronkelijke (verdwenen) stuk. Handvest is een ander woord voor de oorkonde waarin het stadsrecht werd vastgelegd, ook wel privilege genoemd.
c. … beseghelt mit onsen seghel …Een zegel geeft rechtskracht aan een oorkonde, net zoals wij tegenwoordig met onze handtekening een document juridisch bekrachtigen. Onder deze oorkonde hangt het zegel van bisschop Jan van Utrecht. Onder het oorspronkelijke stadsrecht heeft natuurlijk het zegel van Floris V gehangen, dat er zo uit zag:

d. … [Dit gesciede int] jaer ons Heren dusent tvehondert ende tve ende tseventich des dinxedaghes na Sinte Margrieten daghe…

In de middeleeuwen gebruikte men voor het aanduiden van een datum vaak heiligendagen. Het feest van Sint Margriet werd gevierd op 13 juli. Deze datum viel in 1272 op een woensdag. De dinsdag na Sint Margriet kan dus berekend worden tot de datum van 19 juli.
e. … ter Goude wonaftig sijn ende poerters sijn …

De bevolking van Gouda wordt rond 1272 geschat op minder dan 1000 inwoners. Rond 1400, ruim honderd jaar na het verlenen van het stadsrecht zijn dit er al zeker 5000. Een poorter was een inwoner die toegang tot de voorrechten genoemd in de stadsrechten. Ook om een beroep uit te oefenen of een bestuurlijke functie uit te oefenen, moest je in het bezit van het poorterschap zijn. Hiervoor betaalde je een vastgesteld bedrag en legde je een eed af. Je kon ook poorter van geboorte zijn.
f. … Wi Florens, grave van Holland ende van Zeland maken cont alle den ghenen…

Na de inleiding van de bisschop volgt de oorspronkelijke tekst van het stadsrecht door graaf Floris V. Graaf Floris V (1254 – 1296) was graaf van Holland (nu Noord- en Zuid-Holland) en Zeeland. Als hij net twee jaar oud is wordt hij al graaf van Holland, nadat zijn vader is gesneuveld in de strijd. In 1269 trouwt hij met Beatrix van Vlaanderen. Floris was een ambitieus graaf en wilde voortdurend zijn macht vergroten. In 1296 werd hij vermoord, waarschijnlijk als gevolg van een internationaal complot. Meerdere van zijn opvolgers bevestigen de stadsrechten van Gouda, zoals graaf Albrecht van Beieren in 1398 en Philips van Bourgondië in 1428.
g. … alle dat selve recht dat die poerters van Leyden …

Leiden krijgt al in 1266 stadsrechten toegekend door graaf Floris V. En eigenlijk bevestigt hij dan rechten die zijn voorgangers al gegeven hebben. Voor Gouda maakt hij makkelijk gebruik van dit Leidse voorbeeld. Leiden werd voor Gouda zo de moederstad, waar de poorters van Gouda te rade konden gaan voor uitleg over de toegekende privileges of voor advies in rechtzaken. Dit heet ook wel ‘te hoofde of ter hoofdvaart gaan’.
h. … enen edelen man haren Nyclaes van Caetse ridder …

Nicolaas van Cats kreeg wegens trouwe dienst aan graaf Floris V, niet alleen Gouda, maar ook Schoonhoven, Lopik en Bonrepas in leen. Heel erg lang kon de familie van Cats niet genieten van hun leengoederen in Holland. Begin 14e eeuw geraken de graven van Vlaanderen en van Holland in een conflict wie zich graaf van Zeeland mag noemen. De heren van Cats staan aan de kant van Vlaanderen en verliezen hierdoor hun Hollandse lenen. Zowel Gouda als Schoonhoven gaan over naar Jan van Beaumont.
i. … des vryeit toter Goude …

Met de (stads)vrijheid werd het buitengebied bij een stad bedoeld, dat juridisch tot die stad behoorde. In dit gebied golden dezelfde rechten en vrijheden als in de stad, waaraan stadsrechten waren verleend. Voor een stad betekende dit zelfstandigheid op zowel juridisch als bestuurlijk gebied. Een stad mocht zijn eigen wetten uitvaardigen en handhaven, stadsmuren oprichten, markten organiseren en eigen belastingen heffen. In Nederland krijgt het Friese Stavoren als eerste stadsrechten rond 1061.

Met dank aan het Streekarchief Midden Holland.