Mogelijke Nederlandse oorlogsmisdadigers in de Tweede Wereldoorlog worden ten onrechte beschermd door de Archiefwet en de privacywet, vindt de stichting Onderzoek Oorlogsmisdrijven. Hun namen en informatie over hun activiteiten van destijds staan in het Centraal Archief Bijzondere Rechtspleging (CABR), maar het archief weigert toegang als betrokkenen nog leven en onder de honderd jaar oud zijn. Donderdag dient een rechtszaak over de weigering.

Voorzitter en journalist Arnold Karskens van de stichting wil algehele toegang tot het archief om erachter te komen of oorlogsmisdadigers, zoals kampbewakers, nog ongestraft rondlopen. Hij probeert naar eigen zeggen al tien jaar informatie los te krijgen, ook al zijn betrokkenen waarschijnlijk stokoud, áls ze nog leven. Hij wil de gevallen dan voorleggen aan het Openbaar Ministerie (OM) om ze alsnog te vervolgen.

,,Het gaat om rechtvaardigheid en een morele verplichting naar de nabestaanden. Een oorlogsmisdadiger moet nooit het idee hebben dat hij of zij ermee wegkomt, omdat ze oud zijn. Ook het idee dat Justitie nog op hun deur kan kloppen, is een grote straf”, zegt Karskens. Hij verwijst hierbij ook naar huidige misdadigers, die zich aansloten bij terreurorganisatie IS. ,,Zij mogen ook nooit gaan denken dat ze niet worden vervolgd met het verstrijken van de tijd of vanwege hun privacy.”

Advocaten Geert-Jan en Carry Knoops vechten het besluit namens de stichting aan voor de bestuursrechter in Amsterdam. Volgens hen moet de wet gewijzigd worden, omdat het recht op privacy nu zwaarder weegt dan de volkenrechtelijke verplichtingen die Nederland heeft om oorlogsmisdadigers op te sporen en te vervolgen. Nederland deed dat wel, maar veel kampbewakers van de SS-Wachbataillon West, ooit 3300 man sterk, ontsprongen de dans, aldus Karskens.