Na 17,5 jaar zwaait Corrie Verwaal deze maand af als directeur van Filmhuis Gouda. Met een bijzondere palmares: ruim 1700 filmtitels, bijna 10.000 voorstellingen en zo’n 410.000 bezoekers. Onder Corrie’s regie is het Filmhuis van record naar record gegaan en getransformeerd tot een geoliede vrijwilligersorganisatie. Hoogste tijd voor een afscheidsinterview, waarin wij haar à-la de Volkskrant een aantal dilemma’s voorleggen.
65 Jaar of 35 jaar? (1)
‘Afgelopen zomer ben ik 65 geworden, dus ik wist dat mijn vertrek eraan zat te komen. Maar weggaan na zoveel jaar zal me niet meevallen. Ik ben zó vergroeid geraakt met het Filmhuis en weet nog niet goed hoe het zal zijn zonder deze club. Ik voel een sterke band, vooral met alle medewerkers en met de leuke mensen die ik hier heb ontmoet. Dat ga ik zeker missen.’
Films of boeken?
‘Films! Filmkijken blijft iets fantastisch, zeker op een groot scherm en met elkaar in een donkere zaal. Zo’n gezamenlijke ervaring doet wat met je. Een goeie film heeft impact, zet je aan het denken, kan een andere kijk op het leven geven en je uit je eigen wereld halen. Zo’n film kan je binnen een paar minuten helemaal meenemen, zowel fysiek als emotioneel. Een goed boek kan dat op zich ook, maar bij film werkt het volgens mij sneller, directer en intenser.’
65 Jaar of 35 jaar? (2)
‘Tja, ons publiek is de afgelopen jaren als het ware met mij meegegroeid. Zoals alle filmhuizen buiten de studentensteden missen we grotendeels de dertigers en veertigers. Die generatie heeft het druk met werk, gezin en kinderen, en heeft daardoor minder tijd voor filmbezoek. Natuurlijk is het deels een self-fulfilling prophecy: we draaien nu eenmaal meer films die een wat ouder publiek aanspreken. Hoewel we met onze programmacommissie breed proberen te kiezen. Ook proberen we het publiek af en toe te prikkelen met onverwachte films, zoals onlangs HELL OR HIGH WATER of deze maand AMERICAN HONEY.’
Waar hou je zelf van: Haneke of Verhoeven?
‘Ik vind ze allebei goed. Maar als ik moet kiezen: Michael Haneke. Hij maakt zulke uitdagende films, waarbij hij in de krochten van iemands ziel durft te zoeken. In CACHÉ bijvoorbeeld, een vlijmscherpe analyse van de menselijke natuur. Of DAS WEISSE BAND over de wortels van het nazisme – wat een kracht zit daarin! Zelf zie ik graag de wat zwaardere films, zoals Andrei Zvyagintsev’s THE BANISHMENT, al hou ik ook van het luchtige werk van Jim Jarmusch.’
Nog eentje: Mastroianni of DiCaprio?
‘Mwah, eerlijk gezegd zijn geen van beiden mijn favoriet. Dan kies ik liever Isabelle Huppert: fenomenaal hoe zij elke keer weer een sterke of juist beschadigde vrouw kan neerzetten. Of Pierre Bokma, een acteur waar ik naar kan blijven kijken.’
Arthouse of commercieel?
‘Arthouse, al denk ik bij het programmeren nooit zozeer in “grote” of “kleine” films. Het gaat mij er vooral om of een film goed is. Bovendien vervagen de grenzen: er komen in Nederland tegenwoordig honderden producties per jaar uit, en op het raakvlak van arthouse en commercieel zitten soms de meest interessante films. Tegelijkertijd weet ik na zoveel jaar vrij precies wat wel en niet werkt in het Filmhuis. Geen science-fiction of horror bijvoorbeeld. Maar zelfs dan word ik soms nog verrast: een hermetische geloofsfilm als STELLET LICHT had alleen bij óns volle zalen, en op dit moment trekt de documentaire DOWN TO EARTH een veel groter publiek dan iemand voor mogelijk had gehouden. Het omgekeerde komt trouwens ook voor: dan verwacht je veel succes van een film, maar komt er toch minder publiek op af. Pas bijvoorbeeld nog bij FRANTZ, de nieuwste van François Ozon – toch een hele grote naam, en met goeie recensies.’
Vrijwilligerswerk of betaalde baan?
‘Beide. Ik zou mijn collega Marjoleine van Duin voor geen goud kunnen missen als vaste kracht. Tegelijkertijd is het Filmhuis zo bijzonder omdat het bijna volledig draait op een grote groep vrijwilligers. Het is mooi om daar leiding aan te geven. Met als rode draad het vertrouwen in elkaar én in de kennis en expertise die alle medewerkers inbrengen. Vooral daardoor hebben we het als vrijwilligersorganisatie steeds weer kunnen rondbreien, zelfs ondanks het wegvallen van subsidies en ondanks de economische crises na 2001 en 2008. We hebben het met zijn allen toch maar mooi gered en zijn als organisatie al jaren kerngezond. Ik ben dan ook trots op wat we samen hebben bereikt.’
Filmhuis Gouda of Cinema Gouda?
‘Dat lijkt me wel duidelijk, toch? Cinema Gouda heeft soms een overlappende programmering met het Filmhuis, maar het Goudse publiek weet ons gewoon te vinden. Je ziet dat het publiek voor arthouse-films vooral naar het Filmhuis blijft gaan. We zijn kleinschaliger dan Cinema Gouda, maar hebben geen last van een Calimero-complex: inmiddels bestaan we al ruim 2,5 jaar naast elkaar en ons bezoekersaantal is sindsdien alleen maar gestegen. Zij trekken met hun “grote” films een ander publiek – voor de Goudse filmcultuur is het denk ik prima zo.’
Analoog of digitaal?
‘Puur uit nostalgie zeg ik analoog, want zo’n snorrende 35mm-projector ruikt echt naar film. Bovendien vind ik het nog steeds zonde dat het klassieke vak van operateur is verdwenen door de digitalisering van alle filmtheaters. Maar als ik reëel ben: analoge film is inmiddels echt passé. Nieuwe films komen alleen nog digitaal uit, en beeld én geluid zijn daardoor veel beter geworden. Je schrikt gewoon als je een ouderwetse filmkopie draait. Aan de andere kant: het idee dat het Filmhuis als één van de weinige in Nederland nog een werkende 35mm-projector heeft vind ik dan wel weer mooi. Als we willen, kunnen we in Gouda nog oude klassiekers draaien.’
Programmaboekje of website?
‘Het boekje. Dat past beter bij onze belangrijkste doelgroep, ligt overal, wordt veel gedeeld en mensen herkennen het direct. Voor de publiciteit van het Filmhuis is het dus hartstikke belangrijk. Natuurlijk realiseer ik me dat we ook in dit opzicht niet meer zonder digitalisering kunnen. De website van het Filmhuis trekt al meer dan 60.000 bezoekers per jaar en is onmisbaar geworden voor het reserveren van tickets. Toch denk ik dat papier niet 1-2-3 zal verdwijnen. Al zal de rol van het boekje waarschijnlijk gaan veranderen wanneer de verhuizing van het Filmhuis naar de Chocoladefabriek doorgaat.’
Nu je dat noemt: Lethmaetstraat of Klein Amerika?
‘We hebben het in dit pand prima op orde, maar zitten aan de grenzen van de mogelijkheden. Al vóórdat ik bij het Filmhuis kwam waren er verhuiswensen. Helaas is dat de afgelopen jaren telkens mislukt, ondanks allerlei initiatieven van onze kant. Maar nu lijken alle lichten op groen te staan. Zelf ben ik erg blij met de Chocoladefabriek: een mooie plek op een goeie locatie. Een hotspot bovendien, waar “ons” publiek nu al komt. Met meer zalen zou het Filmhuis daar meer armslag krijgen en veel actueler kunnen gaan programmeren. Ook kunnen we dan beter samenwerken met de andere partners van de Chocoladefabriek, bijvoorbeeld via kindervoorstellingen en thematische programma’s. Wel zal het de kunst zijn om er onze eigen identiteit te behouden, met de sfeer en de gastvrijheid van de Lethmaetstraat.’
Corrie Verwaal of Renske Wijntjes?
‘Renske natuurlijk! Stiekem zou ik best graag in haar schoenen willen staan als nieuwe directeur. Er komen zóveel nieuwe ontwikkelingen aan – zeker als de verhuizing naar de Chocoladefabriek straks doorgaat. Het lijkt me prachtig om zo’n compleet nieuw filmtheater op te kunnen bouwen. Met Renske zitten we wat dat betreft goed, gezien haar ervaring in de wereld van filmhuis en bibliotheek.’
En nu: de moestuin of achter de geraniums?
‘Haha, het wordt een ander leven in een nieuwe fase. Maar ik blijf natuurlijk dezelfde persoon. Ik krijg weer meer tijd voor andere dingen en die zal ik met hart en ziel aanpakken, zoals ik in het Filmhuis ook altijd met passie en betrokkenheid heb gewerkt. Straks alleen een beetje rustiger, dat wel.’

Laat een reactie achter