De veiligheid van de dijken en het voorkomen van onomkeerbare schade aan bodem en natuur gaan voor drinkwater en besproeien van gewassen, als er sprake is van een landelijk en aanhoudend watertekort.

Dat hebben de overheid, waterbeheerders en Rijkswaterstaat afgesproken in de zogenoemde verdringingsreeks, die is vastgelegd in de Waterwet. De verdringingsreeks is opgesteld na de droogte van 2003, toen een veendijk bij Wilnis bezweek.

De Europese Commissie vindt de drinkwatervoorziening het belangrijkste in geval van droogte. Nederland wijkt daarvan af, omdat er veel veen in de ondergrond voorkomt.

Veen gaat inklinken door droogte en daardoor kan de nationale veiligheid in gevaar komen, zoals bij Wilnis gebeurde. Bovendien zorgt dat voor onherstelbare schade aan het bodemleven, terwijl Nederland ook nog eens te maken heeft met de instroom van veel zout water vanuit zee. Verzilting kan de natuur eveneens onherstelbaar beschadigen. Het ecosysteem kan zich soms niet meer herstellen.

Behoud van de nutsvoorzieningen zoals drinkwater en stroom staat op de tweede plaats in de reeks. Als de stroom- en waterlevering niet in gevaar is, gaat de beregening van kapitaalintensieve gewassen als bloembollen, bomen en fruit voor. Droogte kan een totale oogst laten mislukken, terwijl een relatief kleine hoeveelheid water grote schade kan voorkomen.

Aan het einde van de reeks staan de belangen van scheepvaart, landbouw, binnenvisserij, waterrecreatie en natuur die zich kan herstellen. Provincies en waterschappen kunnen daar hun eigen volgorde in aanbrengen.