Column Christiaan van der Kaaij |

Demonstratiezucht

Gelukkig maar. Gelukkig maar dat we in een land leven waar in ruimte is voor nagenoeg alles binnen de wet.

Je mag hier voor de wet met iedereen van je gading trouwen, je mag allerhande verenigingen oprichten en of je nou in God, Allah of het Vliegend Spaghettimonster gelooft, voor de wet is iedereen gelijk.

Een ander belangrijk recht is het recht van de inwoners om hun stem te laten horen op het moment dat zij het ergens niet mee eens zijn. De eerste bekende demonstratie op het Malieveld dateert van 1918 en vele volgden sindsdien. De één was misschien wat smaakvoller en gepaster dan de ander, maar dat er ook wel eens volop misbruik wordt gemaakt van het recht om te demonstreren bleek deze week maar weer eens.

Sinds 1946 wordt er op de Amsterdamse Dam een Dodenherdenking gehouden, aanvankelijk alleen om de gevallenen van de Tweede Wereldoorlog te gedenken, maar sinds 1961 voor alle oorlogsslachtoffers sinds het uitbreken van WOII. Ik heb die twee minuten, of het nou voor de televisie of bij het monument op de Goudse Markt was, altijd als bijzonder indrukwekkend ervaren.

Als ik er aan denk, komen er bij mij altijd twee dingen op: beelden van het verwoestende bombardement van Rotterdam en dat eeuwige getal: zes miljoen. Een ‘ruwe’ schatting van het aantal Joden dat in de Holocaust door toedoen van de Nazi’s de dood vond. Maar dat is natuurlijk persoonlijk: waar denkt u aan als u twee minuten stil bent?

Ik denk er in ieder geval niet aan om op zo’n moment maar zo veel mogelijk herrie te gaan maken. En laat dat nou net zijn wat een protestgroep wel van plan is.

De actiegroep ‘Geen vier mei voor mij’ is het er zacht gezegd niet mee eens dat, zoals zij zelf stellen, ‘de 150.000 moslims die werden vermoord tijdens de volkerenmoord die Nederland verdoezelt als ‘politionele acties’’, nog nooit zijn herdacht tijdens deze herdenking. En als het de wens is van deze groep om deze groep op te nemen in de herdenking dan is dat niets anders dan hun goed recht en dan is het aan het Comité om, het liefst in samenspraak, te onderzoeken wat de mogelijkheden op dit gebied kunnen zijn.

Maar om herrie te gaan maken, en om dit voor zoveel mensen beladen moment op deze manier te verstoren, is niet alleen smakeloos, maar ook een enorme uiting van disrespect tegen de mensen die in ons land en in de wereld op wat voor manier dan ook hebben gestreden voor een betere wereld; en voor dat enorme, ondenkbare getal van zes miljoen.

Je hebt het recht om te demonstreren, om op te komen tegen wat in jouw ogen niet juist is. En dat is enorm belangrijk. Maar daarmee komt ook een plicht: een plicht om deze vrijheid te gebruiken binnen de morele perken, beter bekend als ‘fatsoen’.