Veel voorkomende criminaliteit waarvan burgers het slachtoffer worden, is sinds de eeuwwisseling behoorlijk gedaald. Dat constateert het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), die de criminaliteitscijfers van 1948 tot 2017 onderzocht.

Op elke 1000 inwoners waren er vorig jaar 49 geregistreerde misdrijven. Dat was in 2001 en 2002 fors meer, met 93 misdrijven per 1000 inwoners. Maar om het kantelende beeld van de samenleving goed in ogenschouw te houden: aan het begin van de jaren zestig werden maar 13 misdrijven per 1000 Nederlanders genoteerd.

Een duidelijke verklaring voor de actuele dalende criminaliteit heeft het onderzoeksbureau niet. Het zou deels te maken kunnen hebben met een dalende aangiftebereidheid, maar ook met de trends in drugsgebruik en -handel. De groep veelplegers, onder wie veel drugsgebruikers, halveerde tussen 2003 en 2014.

Moord en doodslag vindt vooral plaats in het criminele circuit, maar het aantal afrekeningen is sinds het begin van de eeuw gehalveerd. Liquidaties zijn goed voor een kwart van alle moord en doodslag.

Moorden worden tegenwoordig vooral in de drie grote steden gepleegd. Tot 1965 vond in heel Nederland ongeveer evenveel moord en doodslag plaats, in de jaren negentig vielen in Amsterdam, Rotterdam en Den Haag vier keer zoveel slachtoffers als elders in het land. Dat is nu nog steeds het geval.

Ook de opkomst van de (spel)computer speelt een rol. Jongeren zouden liever gamen dan buiten rondhangen, waardoor ze minder in contact komen met ‘foute’ vrienden en minder gelegenheid hebben om misdrijven te plegen. Maar de computers zorgen ook voor een heel nieuw soort misdaad: cybercriminaliteit. Daarvan wordt nog maar weinig aangifte gedaan, ook omdat mensen soms niet eens weten dat ze slachtoffer zijn.

Het CBS biedt in het onderzoek een troost: ook al is geweld sinds de jaren vijftig toegenomen, ”het niveau ligt nog altijd ver onder dat van de middeleeuwen”.

Laat een reactie achter