Van 315.000 euro per uur raak ik ook opgewonden

mainImage
Van 315.000 euro per uur raak ik ook opgewonden

Column Hans de Bruyn |

Van 315.000 euro per uur raak ik ook opgewonden

Vorige week in het nieuws. ‘Op een veiling in New York heeft een werk van de Britse kunstenaar David Hockney een recordbedrag van 90 miljoen dollar (79 miljoen euro) opgeleverd. Het is het hoogste bedrag dat ooit voor een werk van een levend kunstenaar is betaald.’

Hier bedoelen ze denk ik ‘nog levend’ want de meeste kunstwerken zijn volgens mij door levende kunstenaars gemaakt, maar dat terzijde. Het gaat hier om het werk Portret van een kunstenaar (zwembad met twee figuren) uit 1971. Daarop is een man te zien die kijkt naar een persoon die onder water naar hem toe zwemt. Het zou gaan om Hockney zelf en een voormalig geliefde.

Nou, nou. Toe maar. Ik weet niet of u het weleens goed bekeken hebt sinds vorige week, maar ik wel. Daarbij heb ik ook altijd te horen gekregen dat je kunst moet begrijpen. Maar met deze uitleg valt er volgens mij niet veel meer te begrijpen, want dat is namelijk precies wat je ziet (behalve dat van die geliefde dan natuurlijk). Precies zoals ik kunst normaliter graag heb, trouwens.

Behalve in dit geval dan. Want als er niets ‘diepers’ achter dit werk zit, gaat het dus gewoon om het plaatje. En ik weet niet wat u ervan vindt maar ik vind het helemaal niks. Ik vraag me zelfs af hoe iemand die dit soort Bob Ross gekladder mooi vindt, in godsnaam ooit aan 79 miljoen euro is gekomen.

Hockney werkte twee weken lang achttien uur per dag aan het werk, om het op tijd klaar te hebben voor een tentoonstelling. ‘Ik genoot ervan. Zo intens. Het was prachtig, echt opwindend’, aldus de maker. Ja dat snap ik, van een uurtarief van bijna 315.000 euro raak ik ook opgewonden. Voor de Pietjes precies trouwens, in mijn berekening heb ik hem ook maar de weekeinden door laten werken. Dat leek me in dit geval wel terecht.

Niettemin noemt veilinghuis Christie’s het zwembadschilderij een sleutelwerk uit de beginjaren van Hockneys carrière. ‘Het is een van de grote meesterwerken van de moderne tijd’, zegt een woordvoerder. ‘Met dit schilderij vestigde Hockney zijn naam als een van de meest gelauwerde kunstenaars uit de geschiedenis.’

Nou ben ik zeker geen groot kunstkenner, ik had eerlijk gezegd nog nooit van de beste man gehoord, maar dat zou zijn zaak in mijn geval alleen maar goed moeten doen. Want wat ik altijd zo vreemd vindt aan kunst-gerelateerde zaken dat het altijd om de maker gaat en niet om het gemaakte. Ook altijd dat gezeur over of iets een echte Rembrandt of van echte Van Gogh is of niet. Je vindt het ‘werk’ toch mooi of niet.

Net als deze column. Je vindt ‘m leuk of niet. En dat kan volgende week zomaar weer anders zijn. Behalve voor mijn vrouw dan natuurlijk. Die wordt geacht alles wat ik schrijf mooi, goed of grappig te vinden.


Foto: Digitaal Dagblad