De buurtapp rukt op. Steeds meer buurtbewoners verenigen zich in appgroepen om hun woonomgeving veilig te houden. Ook in Gouda zijn er al tientallen app-groepen. Buren hoeven elkaar niet eens meer te kennen om samen op te trekken.
Ze hebben allemaal hetzelfde doel. Of ze nu WhatsApp Buurtpreventie heten, Veiligebuurt app of dat bewoners via WhatsApp gewoon hun eigen chatgroep creëren: in alle gevallen gaat het erom dat verdachte personen in de wijk snel worden ontdekt.
Honderden, zo niet duizenden, straten en wijken hebben op deze manier bewoners die elkaar alert houden. Dat leidt soms tot resultaat, zoals eerder dit jaar in Arnhem en Maassluis en vorig jaar in Kootwijkerbroek. Daar werden inbrekers dankzij oplettende burgers ingerekend.
Nieuw is de Veiligebuurt app, die vorig jaar proefdraaide in de regio Rotterdam en dit jaar landelijk wordt uitgerold. In korte tijd zijn 10.000 mensen in ruim 200 gemeenten erop aangesloten, een aantal dat met 5 procent per week groeit. „Buurtpreventiegroepen zijn overal populair”, zegt medeoprichter Yves Verschueren. „Onderzoeken laten zien dat daarmee het aantal inbraken met 30 tot 50 procent kan worden teruggedrongen. Van verzekeraars horen we dezelfde getallen. De Reeshof in Tilburg is zo’n wijk waarin veel winst is geboekt.”
Een van de onderzoeken waar Verschueren naar verwijst, is gedaan door de Universiteit van Tilburg. Die concludeerde dat buurten met een WhatsApp buurtpreventie aanzienlijk minder last van inbrekers hebben. Dat komt vooral door de afschrikkende werking. Ook zijn bewoners alerter en alarmeren ze eerder de politie wanneer ze in zo’n groep deelnemen. Het onderzoek beperkte zich tot Tilburg. Volgens de studie werden minstens tien inbrekers in de stad dankzij de buurtpreventie aangehouden, van wie een deel op heterdaad werd betrapt.
Nu is Tilburg een stad waar gemeente en politie actief participeerden en burgers stimuleerden om de handen ineen te slaan. Een algemeen beleid daarover is er niet, zegt een woordvoerder van de nationale politie. „De buurtinitiatieven zijn zeker van groot belang, ook voor de verbinding in een wijk. Maar gemeenten en regionale korpsen bepalen zelf hoe ze ermee omgaan. Over het algemeen nemen gemeenten het voortouw, de politie heeft alle ruimte om deel te nemen. In sommige regio’s gebeurt dat heel actief, in andere minder.”
Verschueren ervaart dat veel gebruikers van zijn app een hogere mate van veiligheid ervaren: een belangrijk effect, los van de kille cijfers. „Het sociale contact is op sommige plaatsen minder, zeker in steden. Gebruikers van dezelfde buurtapp kennen elkaar soms niet eens. Ze hoeven alleen maar hun postcode in te voeren, wij leiden hen automatisch naar de juiste groep. Maar doordat onruststokers sneller bekend worden en het gevoel ontstaat dat mensen –ondanks dat ze elkaar niet kennen- toch als buurt samen optreden, voelt het goed.”
Het valt Verschueren op dat, relatief gezien, evenveel dorpelingen gebruik maken van zijn dienst als stadsbewoners. „Dat vind ik verrassend. In dorpen kennen mensen elkaar beter en hebben ze dus intensiever contact met elkaar. Toch is er behoefte aan een communicatiemiddel voor urgente zaken. In gewone WhatsApp groepen komen zo veel berichten voorbij dat mensen nog wel eens wat missen. Een kanaal waarop uitsluitend belangrijke informatie wordt uitgewisseld, wordt daarom erg gewaardeerd.”

Laat een reactie achter