Column Theo Krins, Manager Vermogensadvies Legal & General |
De Belastingdienst gaat op 1 januari 2017 het vermogen zwaarder belasten. De vermogensrendementsheffing in box 3 wordt aangepast, waarbij het vaste forfaitaire rendement van 4% wordt losgelaten. De Belastingdienst zorgt daarmee wellicht voor het grootste vuurwerk rond de jaarwisseling.

‘Dankzij Belastingdienst spaart spaarder achteruit’

De oude spaartaks (vermogensrendementsheffing) gaat ervan uit dat we 4% rendement per jaar maken over ons vermogen. Daarover moet dan 30% belasting worden betaald. Dat betekent dat de Belastingdienst een hap van 1,2% uit het rendement nam. Bij een rendement op een spaarrekening van bijvoorbeeld 0,4% per jaar, betekent het dus dat de spaarder, dankzij de Belastingdienst, 0,8% per jaar achteruit spaart!
De nieuwe spaartaks
Met ingang van 2017 wordt de vermogensrendementsheffing in box 3 aangepast. Het vrijgestelde vermogen wordt met bijna 4.000 euro verhoogd tot 25.000 euro per belastingplichtige. Het vaste forfaitaire rendement van 4% wordt losgelaten. Voor het box 3-vermogen boven de vrijstelling tot 100.000 euro zal van een rendement van 2,9% worden uitgegaan. Dit percentage wordt vervolgens jaarlijks aangepast, gebaseerd op de gemiddelde rentestand van de afgelopen vijf jaar! Voor het vermogen tussen 100.000 en 1.000.000 euro wordt gerekend met een rendement van 4,7%. In dit percentage is naast de gemiddelde rentestand ook het gemiddelde rendement van een representatief beleggingspakket meegenomen. Voor zover het vermogen meer dan 1.000.000 euro bedraagt, wordt een rendement van 5,5% gehanteerd. Het belastingtarief in box 3 blijft 30%.
Mogelijkheden
Om de belastingdruk wat te verlichten, heeft u een aantal mogelijkheden:
1. Breng de gelden onder in een BV
Door een eigen BV op te richten en (een deel van) het geld daar in te stoppen, krijg je te maken met een belasting van 40% op de daadwerkelijke rendementen. Bij een rendement van 0,5% is de belastingdruk dus slechts 0,2%.
2. Extra aflossen op de hypotheek
Extra aflossen met eigen (spaar) geld kan aantrekkelijk zijn. Hierdoor is er minder belastingdruk op het spaargeld en daarnaast dalen de woonlasten. Het voordeel neemt toe naarmate de rente voor de hypotheek hoger is. Pas wel op voor mogelijke boeterente. Ook bij een spaarhypotheek is het raadzaam om terughoudend te zijn met extra aflossen.
3. Familiehypotheek
In de familiekring kan voor een kind dat een huis heeft gekocht een financiering geregeld worden. Dit kan leiden tot een win-win-situatie. Een hypotheeklening geven tegen bijvoorbeeld 2,5% levert de ouder meer rendement op dan de spaarrekening en voor het kind maakt het niet uit wie het geld verstrekt.
4. Beleggen
De overheid gaat ervan uit dat bij grotere vermogens een deel van het vermogen in ieder geval wordt belegd en dat is ook logisch. Beleggen levert namelijk naar verwachting op de lange termijn een beter rendement op dan sparen. De overheid gaat er helaas aan voorbij dat er ook jaren zijn dat beleggingen geen positief rendement opleveren. Er wordt dan voor de vermogensrendementsheffing nog steeds uitgegaan van een positief rendement. Wat dat betreft is het te hopen dat deze nieuwe regeling snel wordt aangepast en dat het daadwerkelijke rendement jaarlijks wordt belast.