Het wordt voor middelbare scholen een stuk simpeler te berekenen hoeveel geld ze van het Rijk krijgen. Dat maakt vooruitkijken en plannen gemakkelijker, denkt minister Arie Slob (Voortgezet Onderwijs). Hij komt met een wetsvoorstel hiervoor.

Het Rijk kijkt nu nog naar een veertigtal kenmerken van een school om te bepalen hoeveel geld die krijgt. Die ingewikkelde rekensom is erg ondoorzichtig en heeft soms een onrechtvaardige uitkomst. De ene school krijgt voor een soortgelijke leerling soms minder geld dan de andere. Onbedoeld gingen scholen zich daar soms ook naar gedragen.

Van de tientallen kenmerken blijven er straks nog vier over. Het geld wordt daardoor wel iets anders over de scholen verdeeld. Van de scholen die het met minder moeten doen, gaat het leeuwendeel er volgens Slob hooguit een procent of drie op achteruit. Om scholen de tijd te geven de verandering te verwerken, trekt de minister vier en voor de meest gedupeerde scholen zelfs vijf jaar uit voor de overgang.

De nieuwe rekenmethode kan nadelig uitpakken voor ‘brede’ scholen (met allerlei schoolsoorten), voor scholen met maar één vestiging en voor technische vmbo’s, waarschuwde de Onderwijsraad eerder. Om die tweede groep te ontzien, krijgen hoofdvestigingen straks meer geld. De technische vmbo-opleidingen moeten het doen met extra geld dat het kabinet al voor hen heeft uitgetrokken.