Als het daglicht door de ramen van de Sint-Janskerk valt, worden de afbeeldingen in het glas zichtbaar als een geheel van kleine, gekleurde delen. Wie thuis diamond painting maakt, herkent iets in die manier van opbouwen: een grote voorstelling ontstaat stukje voor stukje. Dat geeft een nieuwe reden om de Goudse Glazen eens van dichtbij te bekijken.
Achter elk beeld zit eerst een ontwerp
De Sint-Janskerk telt 72 gebrandschilderde ramen, de Goudse Glazen. Ze dateren grotendeels uit de periode van 1555 tot 1603. De Goudse glazenierbroers Dirck en Wouter Crabeth ontwierpen en vervaardigden een belangrijk deel ervan.
Voor zo'n raam begon het werk niet met het plaatsen van glas, maar met een ontwerp. Glazeniers gebruikten daarvoor zogenoemde cartons: werktekeningen op ware grootte die houvast gaven bij het maken van de voorstelling. Bijzonder is dat de Sint-Jan bijna alle oorspronkelijke cartons nog bewaart.
Wie een diamond painting op tafel legt, werkt eveneens met een vooraf uitgetekende afbeelding. Op het voorbedrukte doek staan symbolen die aangeven welke kleur steentje waar hoort. Met een speciaal pennetje en een beetje was pak je de steentjes op en druk je ze op hun plek.
Zo ontstaat er ook thuis een beeld dat pas van wat grotere afstand echt samenkomt. Wie zo'n werk voor het eerst wil proberen, kan bijvoorbeeld een motief uit de collectie van Figured’Art kiezen met duidelijke kleurvlakken. Dat maakt het eenvoudiger om het patroon te volgen.
De vergelijking zit vooral in het geduldige werken volgens een ontwerp. De Goudse Glazen zijn historisch vakwerk, geen vroege vorm van een hedendaagse hobby. Toch laat die overeenkomst in werkwijze zien hoeveel aandacht er achter een afbeelding kan schuilgaan.
Goed licht maakt het verschil, thuis en in de kerk
In de Sint-Jan verandert het beeld dat je ziet met het licht dat door het gekleurde glas valt. Ook aan de huiskamertafel is licht belangrijk, alleen al om een praktische reden: de kleine symbolen op het doek moeten goed leesbaar blijven.
Leg het werk daarom overdag bij een raam of gebruik in de avond een lamp die het doek gelijkmatig verlicht. Let erop dat je geen schaduw op het deel werpt waar je bezig bent. Je hoeft niet de hele tafel vrij te maken, maar een vlakke ondergrond waarop je het doek rustig kunt laten liggen helpt wel.
Voor een eerste project is een afbeelding met grotere, aaneengesloten kleurvlakken prettig. Je hoeft dan minder vaak van kleur te wisselen en ziet sneller hoe een deel van de voorstelling vorm krijgt. Het is een eenvoudige manier om vertrouwd te raken met het pennetje, de was en de symbolen.
Sorteer de steentjes vooraf per kleur in kleine bakjes. Werk vervolgens in afgebakende stukjes van het doek en haal de beschermfolie alleen weg waar je op dat moment bezig bent. De rest blijft afgedekt, zodat de kleeflaag niet onnodig blootligt.
Een avond zonder scherm kan ook gewoon aan tafel beginnen
De donkere maanden zorgen ervoor dat veel activiteiten zich naar binnen verplaatsen. Diamond painting vraagt geen ingewikkelde voorbereiding: je legt het doek neer, kiest een kleur en gaat verder op de plek waar je eerder bent gestopt. Zelfs als je maar een klein stuk doet, zie je het beeld langzaam groeien.
In Gouda zijn er ook bijeenkomsten over samenleven in en met een digitale wereld. Zo'n onderwerp kan aanleiding zijn om eens naar je eigen avondroutine te kijken. Een vaste plek voor een handwerkproject kan helpen om die tijd bewust anders in te vullen, zonder dat je meteen grote plannen hoeft te maken.
Dat maakt diamond painting geschikt voor wie 's avonds iets met de handen wil doen zonder opnieuw naar een scherm te kijken. Je kunt er in stilte aan werken, maar ook met de radio aan of terwijl iemand anders aan tafel leest. Het gaat niet om snelheid, want een rustig tempo is juist praktisch wanneer je precies wilt werken.
Stop bij voorkeur op de grens van een klein werkvlak. Dan weet je bij de volgende gelegenheid waar je verdergaat en hoef je niet opnieuw uit te zoeken welke steentjes klaar moeten liggen.
Een kijkwijzer voor je volgende bezoek aan de Sint-Jan
Wie zelf een afbeelding uit kleine kleurpunten heeft opgebouwd, kan bij een volgend bezoek aan de Sint-Jan eens op andere details letten. Van dichtbij zie je afzonderlijke delen, terwijl op afstand de voorstelling als geheel naar voren komt.
Wie daarvoor de tijd neemt, staat in een bijzondere ruimte. De ramen doorstonden de Beeldenstorm van 1566 en hangen in de Sint-Jan, met 123 meter de langste kerk van Nederland. Dat ze bezoekers kunnen overweldigen, is niet nieuw. De negentiende-eeuwse schrijver Jacob Craandijk noemde in zijn Wandelingen door Nederland de rijkdom "overstelpend, de kleurenpracht verblindend en de menigte der figuren afmattend". Met een kijkwijzer in je achterhoofd wordt die rijkdom een stuk overzichtelijker.
Drie dingen om op te letten:
- Lood: kijk hoe de loodlijnen de voorstelling verdelen in afzonderlijke stukken glas, net zoals de vakjes op je doek.
- Achtergronden: let op hoe grote vlakken uit verschillende gekleurde delen zijn opgebouwd.
- Afstand: bekijk een raam eerst van verder weg en daarna dichterbij, en merk op welke details opvallen.
Wil je de ramen zelf bekijken, raadpleeg dan de website van de Sint-Jan voor actuele informatie over een bezoek. En wie daarna thuis steentjes op een doek legt, zal misschien nog eens denken aan het geduld waarmee eeuwen geleden in Gouda beelden uit kleine gekleurde delen werden opgebouwd.