Waarom Gouda moet stoppen met het verkleinde stembiljet

22 September 2026, 09:25 uur
Lokaal
mainImage
PR
Duncan Postma

In Gouda wordt meegedaan aan een pilot voor verkleinde stembiljetten. Dit heeft u ongetwijfeld gemerkt tijdens de afgelopen gemeenteraadsverkiezingen. Voorlopig zijn we hier als stad nog niet van af. Aankomende woensdag zal de gemeenteraad stemmen over de voortzetting van deze pilot, en ik ben van mening dat de raad tegen behoort te stemmen. De pilot is staatsrechtelijk namelijk erg twijfelachtig.

In Nederland stemmen Kamerleden en raadsleden zonder last of ruggespraak. Ze hoeven zich formeel niet aan een partijdiscipline te houden. Dit hangt samen met het feit dat wij niet op politieke partijen stemmen, maar op individuele kandidaat raads- en Kamerleden. Het electoraat geeft een volksvertegenwoordiger als persoon de opdracht om diens belangen te vertegenwoordigen, niet aan een politieke partij. Daarnaast zijn politieke partijen niet constitutioneel verankerd, parlementsleden wel.

Waarom is het verkleinde stembiljet dan geen goed idee?
Het verkleinde stembiljet wekt de indruk dat men op een partij stemt. Op het verkleinde stembiljet vult de kiezer eerst een partijhokje in, waarin de partijnaam en het logo staan vermeld. Vervolgens kan hij of zij optioneel een cijfer invullen dat correspondeert met een kandidaat op de verkiezingslijst van de gestemde politieke partij. Tijdens het invullen van het eerste deel van het stembiljet doet zich een staatsrechtelijk twijfelachtige handeling voor. De kiezer brengt een stem uit op een partij, niet op een persoon. Daar komt bij dat het invullen van een kandidaatnummer optioneel is. Die handeling mag achterwege blijven, want zo is afgesproken: wanneer de kiezer alleen een partij aankruist, wordt de stem volgens de huidige afspraken toegewezen aan de lijsttrekker.

Dat is opmerkelijk. Uit een stem op een partij, wat de feitelijke handeling is, volgt immers niet noodzakelijkerwijs een stem op de eerste persoon op de lijst. De kiezer heeft die persoon niet expliciet aangewezen. Toch wordt zijn of haar stem zo wel geïnterpreteerd. Dat is hoe we dit nu hebben afgesproken, maar deze handeling correspondeert niet noodzakelijkerwijs met hoe we haar interpreteren. Men zou deze handeling immers ook anders kunnen interpreteren: als een stem op de partij als geheel, als een ongeldige stem omdat de kiezer geen individuele kandidaat heeft aangewezen of als een stem die over de gehele lijst wordt verdeeld. De huidige interpretatie is dus niet de enige denkbare interpretatie van wat de kiezer feitelijk doet. Het punt blijft dat de handeling van de kiezer en de juridische betekenis die daaraan wordt toegekend, niet vanzelfsprekend met elkaar overeenkomen. De huidige interpretatie van deze handeling correspondeert niet met wat er werkelijk gebeurt.

De facto blijft er dus een partijenstelsel over, terwijl er juist zeer moverende redenen zijn om partijen niet op te nemen in onze constitutie of kieswet. De gedachte was dat we niet willen dat partijen zoveel macht hebben. Een belangrijk uitgangspunt van ons staatsrecht is dat volksvertegenwoordigers zonder last of ruggespraak kunnen stemmen. Zij behoren hun geweten te kunnen volgen en niet volledig afhankelijk te zijn van een politieke partij. Wanneer het stembiljet de nadruk legt op partijen in plaats van op individuele kandidaten, wordt die partijgebondenheid verder versterkt.

Daarnaast is er een ander groot probleem met het nieuwe stembiljet. We leven in een tijd waarin burgers minder politiek betrokken zijn, mensen politiek apathisch zijn geworden en niet meer stemmen. Met het oude stembiljet werd de kiezer direct geconfronteerd met namen. En namen zijn belangrijk, die confrontatie is belangrijk. De kiezer ziet immers direct op wie hij of zij stemt en weet daardoor ook beter bij wie hij of zij terechtkan met politieke vragen, wensen of burgerinvloed.

Misschien kent de kiezer de kandidaat wel uit de buurt of van een vereniging. Op het nieuwe stembiljet staan geen namen, enkel partijen en kandidaatnummers. Om te weten welke namen op de lijst corresponderen met de nummers op het stembiljet, moet de kiezer een apart boek raadplegen. Dat vraagt extra moeite en het is aannemelijk dat veel kiezers die moeite niet zullen nemen. Iedere stap die de binding tussen de kiezer en de lokale of nationale politiek vermoeilijkt, ook al is het maar een kleine stap, is onwenselijk in een tijd waarin de betrokkenheid bij de politiek toch al onder druk staat.

Het is goed denkbaar dat kandidaten die lager op de lijst staan met het nieuwe stembiljet minder voorkeurstemmen krijgen. Hun namen staan namelijk niet meer direct op het stembiljet, maar in een dik boek. De kiezer in het stemhokje zal daardoor eerder geneigd zijn alleen een partij aan te kruisen, waarmee de stem automatisch naar de lijsttrekker gaat. Onder het oude systeem kon een kiezer bij het bekijken van de kandidatenlijst nog onverwacht een bekende tegenkomen, bijvoorbeeld een buurman die op plaats zes van de lijst stond. Met het nieuwe systeem en het grote namenboek heb je lager op de lijst minder kans. De kiezer komt minder gemakkelijk per ongeluk een vaagbekende tegen op het verkiezingsbiljet.

Al met al lijken dit mij genoeg redenen om het nieuwe stembiljet tegen te houden. We tellen wellicht wat sneller, maar efficiëntie mag nooit ten koste gaan van het staatsrecht, de binding tussen de (lokale) politiek en het electoraat en de kansen van kandidaten die lager op de lijst staan.
 


Door: Duncan Postma, burgerraadslid/commissielied VVD Gouda