De Goudse gemeenteraadsfracties van PRO, CDA en SP willen van het college van burgemeester en wethouders weten hoe het ervoor gaat zorgen dat geen enkel kind de basisschool verlaat zonder zwemdiploma. De partijen pleiten daarnaast voor meer aandacht voor het volledige zwem-ABC, dat volgens de Nationale Raad Zwemveiligheid nodig is om veilig te kunnen zwemmen in open water.
In het Goudse samenlevingsakkoord staat de ambitie dat ieder kind bij het verlaten van de basisschool een zwemdiploma heeft. De gemeente wil samen met scholen onderzoeken hoe dit kan worden bereikt. PRO, CDA en SP vragen het college nu hoe het deze ambitie concreet gaat uitvoeren.
Aanleiding voor de schriftelijke vragen is onder meer een artikel van Binnenlands Bestuur over verdrinkingsrisico's. Daaruit blijkt dat tussen 2016 en 2025 in Nederland 930 inwoners zijn verdronken. Onder hen waren 57 kinderen jonger dan tien jaar en 53 jongeren tussen de tien en twintig jaar. Van alle verdrinkingen onder inwoners vond 78 procent plaats in open water, zoals sloten, rivieren, kanalen, plassen en de zee.
De drie partijen wijzen erop dat volgens de Nationale Raad Zwemveiligheid het volledige zwem-ABC nodig is om zwemveilig te zijn in open water. Ze willen daarom weten of het college hun opvatting deelt dat zoveel mogelijk kinderen alle drie de zwemdiploma's moeten behalen.
Ook zien de fracties een mogelijke rol voor de aangestelde zwemmakelaar. Deze moet een verbinding vormen tussen zwemlesaanbieders, scholen en ouders. Volgens PRO, CDA en SP is deze functie bij uitstek geschikt om het belang van het volledige zwem-ABC onder de aandacht te brengen. De partijen vragen of het college de zwemmakelaar daarbij wil ondersteunen.
Daarnaast willen de fracties weten welke andere mogelijkheden de gemeente ziet om de zwemveiligheid in open water te verbeteren en het behalen van het volledige zwem-ABC te stimuleren.
De schriftelijke vragen zijn op 18 september ingediend door Aline Tuls-Hoff (PRO), Alide Verkerke (CDA) en Robert Brand (SP).