Wie weinig verdient, heeft in Gouda straks misschien dubbel pech. Minder kans op een betaalbare woning én minder zekerheid dat de gemeente kan helpen wanneer het financieel tegenzit.
Het is pikant voor het eerst sinds 1945 een begroting zonder PvdA aan het roer, een PvdA die ziel en zaligheid verkocht heeft aan een Woke bestuur en ziel en zaligheid verkocht heeft aan het voormalige GroenLinks en nu samen PRO vormt. Die de verkiezingen verloren hebben door gedram over betaald parkeren wat niemand wil in Gouda. En hiermee de rechtse politiek vrij spel geven voor rechtse stokpaardjes.
Een college dat ook gesteund wordt door mijn voormalige ‘sociale’ lokale partij Gouda Vitaal, en een bijzonder samengesteld college met wethouders van verliezende partijen.
De Programmabegroting 2027-2030 van Gouda staat vol met mooie woorden. Over bestaanszekerheid, sterke buurten, preventie, vroeg signalering en een samenleving waarin mensen naar vermogen kunnen meedoen. Dat klinkt goed. Maar wie verder kijkt dan de mooie formuleringen, ziet dat er belangrijke keuzes worden gemaakt. Keuzes die vooral inwoners met een laag inkomen, jongeren, starters en ouderen kunnen raken.
Neem de sociale woningbouw.
Gouda streeft naar 500 nieuwe woningen per jaar. Dat is hard nodig. Maar het aandeel sociale huur in de nieuwbouw gaat van 33 naar 30 procent. Dat lijkt misschien een klein verschil. Maar bij 500 woningen per jaar betekent het dat er jaarlijks ongeveer 15 sociale huurwoningen minder worden gebouwd dan bij een norm van 33 procent.
Vijftien woningen per jaar. Vijftien huishoudens die mogelijk langer moeten wachten. Vijftien mensen of gezinnen die misschien aangewezen blijven op een veel te dure particuliere huurwoning. En over tien jaar gaat het, bij een gelijkblijvend bouwtempo, om ongeveer 150 sociale huurwoningen minder. Dat zijn geen percentages meer. Dat zijn woningen.
Voor een starter met een bescheiden inkomen is de woningmarkt al een enorme hindernisbaan. Een koopwoning is vaak onbereikbaar en de vrije huursector is voor veel jongeren simpelweg te duur. Wie dan niet in aanmerking komt voor sociale huur, blijft thuis wonen, woont noodgedwongen langer bij ouders of vrienden of zoekt zijn heil buiten Gouda.
En dat terwijl Gouda juist een stad wil zijn waar jongeren kunnen wonen, werken en een toekomst kunnen opbouwen.
Ouderen hebben ook een betaalbare woning nodig
Hetzelfde geldt voor ouderen.
De begroting zet terecht in op meer voor senioren geschikte woningen om de doorstroming te bevorderen. Dat kan helpen. Maar doorstroming ontstaat niet vanzelf. Een oudere verhuist alleen als er een geschikte én betaalbare woning beschikbaar is.
Als een oudere vanuit een sociale huurwoning moet verhuizen naar een woning die aanzienlijk duurder is, zal die verhuizing niet plaatsvinden. Dan blijft de woning bezet en blijft de jongere starter wachten.
Daarom is het te gemakkelijk om alleen over 'doorstroming' te praten. De vraag is: doorstroming voor wie en naar welke woning?
Betaalbare woningen zijn geen luxe. Ze zijn een noodzakelijke schakel in een goed functionerende woningmarkt.
En dan het sociaal domein
Ook in het sociaal domein zien we een beweging die aandacht verdient.
De gemeente kiest nadrukkelijk voor normalisatie, preventie en vroeg signalering. De sociale basis moet sterker worden en niet ieder probleem hoeft volgens de begroting professionele zorg te krijgen. Op zichzelf zijn dat begrijpelijke uitgangspunten.
Maar tegelijkertijd wordt gezocht naar besparingen.
In de begroting staat vanaf 2028 een besparing van €500.000 per jaar op het armoedebeleid. Daarnaast zijn er nog PM-posts opgenomen voor besparingen op maatwerk binnen het armoedebeleid en op de sociale teams. De precieze omvang daarvan moet nog worden uitgewerkt. De begroting meldt bovendien dat verdere besparingsvoorstellen bij de Kadernota 2028 worden betrokken.
Dat maakt het moeilijk om nu al precies te zeggen welke voorzieningen verdwijnen. Maar één ding is wel duidelijk: er wordt gezocht naar minder uitgaven op een terrein dat juist bedoeld is om mensen die het moeilijk hebben overeind te houden.
Dat verdient een stevig politiek debat.
Want achter ieder bedrag op een begrotingsblad zit een inwoner.
Een alleenstaande ouder die iedere maand moet puzzelen om rond te komen. Een werkende die ondanks een baan nauwelijks kan rondkomen. Een jongere die geen woning kan vinden. Een oudere die afhankelijk is van ondersteuning. Een gezin dat vanwege schulden de weg naar de gemeente niet meer weet te vinden.
De begroting noemt deze groepen zelf expliciet: kinderen die in armoede opgroeien, werkende armen, alleenstaanden en mensen die door schaamte of ingewikkelde regels geen hulp vragen.
Juist daarom is het opvallend dat tegelijkertijd wordt gezocht naar besparingen op het armoedebeleid.
Minder hulp én minder betaalbare woningen?
Daar zit wat mij betreft de politieke kern.
Als je aan de ene kant minder sociale huurwoningen bouwt en aan de andere kant gaat bezuinigen op het sociaal domein, kunnen die ontwikkelingen elkaar versterken.
Wie geen betaalbare woning kan vinden, betaalt misschien jarenlang een groter deel van zijn inkomen aan wonen. Wie vervolgens ook met schulden, werkloosheid, ziekte of andere problemen te maken krijgt, heeft minder financiële ruimte om die klappen op te vangen.
En dan wordt het sociaal domein belangrijker, niet minder belangrijk.
De gemeente schrijft zelf dat bestaanszekerheid noodzakelijk is voor een krachtige samenleving. Daar ben ik het volledig mee eens.
Maar bestaanszekerheid begint niet pas wanneer iemand bij een sociaal wijkteam of de gemeente aanklopt. Bestaanszekerheid begint ook met een betaalbare woning, een inkomen waarvan je kunt leven en de zekerheid dat je hulp krijgt wanneer het echt nodig is.
Gouda moet keuzes maken
Natuurlijk moet een gemeente financieel gezond zijn. Natuurlijk moet er worden gekeken of voorzieningen doelmatiger kunnen. En natuurlijk moeten we voorkomen dat mensen onnodig afhankelijk worden van professionele hulp.
Maar bezuinigen is nooit alleen een financieel verhaal.
De vraag is altijd: wie betaalt de rekening?
Als de rekening uiteindelijk vooral terechtkomt bij mensen die weinig inkomen hebben, starters die geen woning kunnen vinden, jongeren die noodgedwongen thuis blijven wonen en ouderen die geen passende betaalbare woning kunnen vinden, dan moeten we daar eerlijk over zijn.
Gouda bouwt de komende jaren veel woningen. Dat biedt een enorme kans.
Maar laten we niet alleen kijken naar hoeveel woningen we bouwen. Kijk vooral naar voor wie we bouwen.
En laten we bij het sociaal domein niet alleen vragen hoeveel geld we kunnen besparen, maar ook hoeveel problemen we daarmee misschien doorschuiven naar de toekomst.
Want een sociale stad is niet een stad met mooie beleidsnota's over bestaanszekerheid.
Een sociale stad is een stad waar je ook met een kleine portemonnee gewoon kunt wonen, meedoen en oud worden.
Daar zou wat mij betreft de begroting 2027-2030 op moeten worden afgerekend.
Door: Hans van Dijk, voormalig raadslid in Gouda.