De gemeenteraad van Gouda wordt doorgaans niet vooraf betrokken bij de juridische verdediging van zijn eigen besluiten. Het college van burgemeester en wethouders bepaalt hoe die besluiten bij de rechter worden verdedigd. Dat blijkt uit antwoorden op schriftelijke vragen van Gouda Positief over de procesvertegenwoordiging van de gemeenteraad.
Gouda Positief wilde weten wie bepaalt welke juridische standpunten namens de raad worden ingenomen en hoe raadsleden invloed kunnen uitoefenen op de procesvoering. Volgens het college is het op grond van de Gemeentewet bevoegd om namens de raad juridische procedures te voeren, tenzij de raad anders beslist.
Geen voorafgaand overleg
De gemeenteraad krijgt in beginsel niet vooraf de gelegenheid om kennis te nemen van de gekozen processtrategie. Volgens het college is afzonderlijk overleg niet nodig zolang de juridische verdediging binnen de kaders van het oorspronkelijke raadsbesluit blijft.
De raad kan bij het nemen van een besluit wel bepalen dat hij eventuele juridische procedures zelf wil voeren. Het college ziet daarin echter geen meerwaarde en vreest dat dit tot ingewikkelde situaties leidt.
Vijf juridische procedures
Het college noemt vijf procedures over Goudse bestemmingsplannen: Ridder van Catsweg 683, Partiële herziening binnenstad, Spoorzone A1 Locatie 2021, Westergouwe Fase IIIB en Bodegraafsestraat 163. Bij vier daarvan is externe juridische bijstand of advies ingeschakeld.
De beroepen tegen de plannen Ridder van Catsweg 683 en Bodegraafsestraat 163 zijn ingetrokken. De procedure over Ridder van Catsweg begon overigens meer dan vijf jaar geleden.
Wanneer tijdens een rechtszaak blijkt dat een raadsbesluit juridisch niet houdbaar lijkt, zal het college voorstellen het besluit aan te passen of in te trekken. De gemeenteraad beslist daar vervolgens zelf over.
Ook wanneer een nieuw inhoudelijk standpunt nodig is dat niet uit het oorspronkelijke besluit kan worden afgeleid, is volgens het college een nieuw raadsbesluit "onontkoombaar".