De gemeente Gouda kan niet afzien van de loonsverhoging voor burgemeester en wethouders. De bezoldiging van lokale bestuurders is landelijk geregeld en gekoppeld aan de loonontwikkeling bij het Rijk. De gemeente heeft daar volgens het college geen beleidsvrijheid in.
Dat antwoordt het college op schriftelijke vragen van de SP. De partij stelde de vragen op 17 augustus en wilde onder meer weten of het college de loonsverhoging onnodig vindt. Ook vroeg de SP waarom Goudse bestuurders volgens de partij drie keer meer verdienen dan een gemiddelde arbeider.
Het college gaat niet inhoudelijk mee in die beoordeling. De verhoging is volgens burgemeester en wethouders niet gebaseerd op een oordeel van het college over de hoogte van de beloning. De bezoldiging van burgemeesters en wethouders volgt op grond van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers de loonontwikkeling in de sector Rijk. Besluiten daarover worden op rijksniveau genomen en werken rechtstreeks door in de salarissen van lokale bestuurders.
De SP legde in de vragen ook een verband met de verlaging van de inkomensgrens voor generieke inkomensondersteuning voor minima. De partij noemde het accepteren van de loonsverhoging in die omstandigheden "onnodig en asociaal". Volgens het college staan beide zaken los van elkaar. "De bezoldigingsaanpassing is landelijk voorgeschreven en staat los van lokale beleidskeuzes over inkomensondersteuning", schrijft het.
Ook het voorstel van de SP om het bedrag van de verhoging apart te zetten voor een sociaal doel is volgens het college niet uitvoerbaar. De gemeente is verplicht de landelijk vastgestelde bezoldiging aan de betrokken politieke ambtsdragers uit te betalen en kan het geld daarom niet in een gemeentelijke reserve storten.
Het college neemt in de beantwoording bovendien afstand van de kwalificaties die de SP in de inleiding van de vragen gebruikt over politieke ambtsdragers en het college.