Gouds Dagblad | Hollands Glorie
mainImage

Hollands Glorie

4 april 2021, 10:50 uur
Columns

Column Marianne de Jong |

Hollands Glorie

De mieren aan de voet van de vastgelopen kolos blijken volwassen mensen te zijn. Ze kijken omhoog naar een flatgebouw van ruim 19 verdiepingen. Mijn straat is korter dan de 400 meter die de oceaanreus ‘Ever Given’ meet en daar staan 50 huizen. Maar het schip is ineens net zo onbeweeglijk als mijn straat; zij ligt dwars op de vaarroute in het Suezkanaal. Wat nu?

Het belang om de stremming zo snel mogelijk te verhelpen is zó groot, dat het gebruikelijke traject van voorbesprekingen, offertes aanvragen, afwegen, vergelijken, nog meer vergaderen, aanbesteden en wat dies meer zij, direct wordt ingekort: ‘We bellen de Hollanders!’. Onze faam in de zeesleperij, bagger- en andere waterwerken is sinds jaar en dag gevestigd in de hele wereld en dus mogen Boskalis en haar dochter Smit Salvage aan de slag. Of moet ik zeggen ‘aan de sleep’?

Het kost natuurlijk even tijd voordat onze grootste zeeslepers ter plaatse zijn, maar dat geeft onze jongens de tijd om naar de plek des onheils te vliegen en de situatie te beoordelen. Wat kunnen we het beste doen? Kunnen we baggeren? Met welke grondsoort hebben we te maken: is het zand, klei of rots? Eerst een beetje baggeren, dan een stukje slepen? Is het schip beschadigd? Gaat ze kapot als we er aan gaan sjorren? Wat zijn de alternatieven?

Terwijl onze knapste watermannen (en -vrouwen) diverse mogelijkheden op een rijtje zetten, weten journalisten een kapitein/stuurman te vinden die jarenlang diezelfde route volgde. Wat blijkt? Het kanaal líjkt wel breed, maar voor de diepgang van zo’n reus (bijna 16 meter) is er op de bodem slechts een beperkte vaargeul beschikbaar. Dat is verraderlijk, want de schepen in het Suezkanaal hebben nogal eens last van zijwind. Afdrijven is uit den boze. Ga je te snel, dan wek je ‘waterturbulentie’ op en word je naar de oever gezogen. Vaar je te langzaam, dan wordt je boot onbestuurbaar.

Kwestie van kennis, inzicht en ervaring. De kapitein weet ook nog te vertellen dat de Ever Given sinds haar eerste reis in 2018 al een keer eerder is vastgelopen. Ligt het aan het schip? Of? Tja, hij wil zijn buitenlandse collega’s niet afvallen, maar een onderzoek naar de gang van zaken lijkt hem geen kwaad te kunnen. Want kijk eens: hoeveel drijvende magazijnen liggen er nu wel niet te wachten?

Op al die mastodonten en hun iets kleinere makkers wordt koortsachtig overleg gevoerd met de rederijen, de thuishavens en de havens van bestemming. ‘Blijven we wachten? Kunnen we omkeren? Gaan we om Afrika heen?’ Kaap de Goede Hoop lijkt ineens weer een redelijk alternatief. Stilliggen zonder uitzicht op het einde van de stremming kost veel meer geld dan duizenden kilometers omvaren en de ‘Stormkaap’ trotseren.

Al die schepen vervoeren spullen, sommige meer onontbeerlijk dan andere. In de 20-duizend containers aan boord van de Ever Given zullen ongetwijfeld spullen zitten waar iemand op zit te wachten. Ik zou het zo snel niet weten of er iets van mijn gading bij zit, dat weet ik pas als de schappen leeg zijn of mijn online bestelling vertraagd wordt. Toch maar wc-papier gaan hamsteren dan?

Terwijl wij met dit soort lastige vragen worstelen werken onze waterratten hier én in Egypte rond de klok om de wereld onverwijld van spullen te voorzien. Kijkend of er mogelijk al gebaggerd kan worden, wetend dat als de zware slepers arriveren er een plan de campagne moet zijn; er is geen tijd te verliezen. Tijd is namelijk geld. Ontzaglijk veel geld.

Dan is het moment daar: de eerste zeesleper is ter plaatse. Altijd een prachtig gezicht, zo’n stoere schuit die onverzettelijkheid en kracht uitstraalt. Met onze zeebonken aan boord. In tegenstelling tot de meeste auto’s, die ogen hebben om een trekhaak aan vast te maken, heeft de Ever Given geen stevige ringen om een sleeptros aan te haken. Die moeten eerst vast gelast worden, terwijl de baggeraars onvermoeibaar verder modderen. Af en toe is er een woordvoerder van Boskalis in beeld; ‘Ja, we wachten op iets hoger water, op de komst van de tweede sleper, maar vannacht of morgenochtend heel vroeg gaan we een eerste poging doen’. En natuurlijk blijft hij op, ook voor hem een spannend moment. Het zijn ook zíjn jongens.

Als ik wakker word is de Ever Given vrij, onbeschadigd en klaar om haar reis naar Rotterdam te vervolgen. Daar is inmiddels door onze landrotten ook keihard gewerkt om de andere vertraagde giganten een ligplaats te bieden en zo snel mogelijk weer onderweg te sturen. We hebben het geflikt! Hoezee!

Om mij heen groeit de nationale trots, als ik opgestoken duimen zie weet ik dat het over onze jongens gaat. En dan eens niet onze jongens op het voetbalveld, die verwende sterspelers, maar ons aller ‘ Jan Wandelaars’ waar Jan de Hartog al in 1940 een boek over schreef: de dappere mannen uit de wereld van de sleepvaart.

Later lees ik in de krant dat Boskalis niet veel winst heeft gemaakt op deze klus. Dat weet ik niet, maar volgens mij is dat maar hoe je het bekijkt. Ten eerste is er weer geschiedenis geschreven met Nederland op plek 1 op het wereldpodium, dus de eerstvolgende keer worden we weer gebeld. Ten tweede is veel schade voorkomen, niet in de laatste plaats aan het milieu, want die kolossen lopen niet op limonadesiroop.

Maar ik denk dat de mensen van Boskalis binnenkort rond de tafel zitten met de lui die het Suezkanaal beheren. Twee sluisdeuren aan de Westzijde en twee aan de Oostzijde gaan we maken. Loopt er weer een schip vast, dan is het een kwestie van deuren dicht, water in het kanaal pompen en wachten tot zij vlot komt. Dat alles op zon- en windenergie i.p.v. diesel. Wellicht moeten er dan ook dijken komen aan Zuid- en Noordkant van het kanaal. Werk in overvloed voor de komende decennia. Een mooie klus voor onze jongens: onze ‘Hollands Glorie’.

‘Hollands Glorie’ is verschenen in het Gouds Dagblad als column en op de site van de schrijver: Marianne de Jong.

Reageren kan via: [email protected]

Ga voor nog meer leuke, korte verhalen naar: www.coronkels.nl